Opzetaanranding is strafbaar op grond van artikel 241 van het Wetboek van Strafrecht. Er is sprake van opzetaanranding wanneer iemand seksuele handelingen verricht terwijl hij weet dat de ander dit niet wil. Sinds de invoering van de nieuwe Wet seksuele misdrijven op 1 juli 2024 hoeft niet langer bewezen te worden dat sprake was van dwang. Op deze pagina leest u wat opzetaanranding is, wanneer sprake is van opzetaanranding, welke straffen mogelijk zijn en wat een advocaat voor u kan betekenen. 

Wat is opzetaanranding?

Opzetaanranding is een zedendelict waarbij iemand seksuele handelingen verricht terwijl hij weet dat de wil van de ander ontbreekt. Het gaat om seksuele aanrakingen of andere seksuele handelingen zonder instemming van het slachtoffer.

Het verschil met schuldaanranding is dat bij opzetaanranding sprake moet zijn van opzet: de verdachte weet dat de ander het seksuele contact niet wil of aanvaardt bewust de kans dat die wil ontbreekt. Lees hier meer over schuldaanranding.

Wanneer is sprake van opzetaanranding?

Van opzetaanranding kan sprake zijn wanneer iemand seksuele handelingen verricht terwijl duidelijke signalen aanwezig zijn dat de ander dit niet wil.

Daarbij kan onder meer gedacht worden aan situaties waarin:

  • het slachtoffer duidelijk “nee” zegt;
  • het slachtoffer wegduwt of zich terugtrekt;
  • sprake is van een bevriezingsreactie;
  • het slachtoffer slaapt of bewusteloos is;
  • het slachtoffer door alcohol of drugs geen vrije wil kan vormen;
  • sprake is van een afhankelijkheidsrelatie waarbij vrije toestemming ontbreekt.

De rechter kijkt altijd naar alle omstandigheden van het geval. Niet één enkel signaal is doorslaggevend; het totale gedrag van betrokkenen speelt een belangrijke rol.

Wettelijke tekst bij opzetaanranding (op of na 1 juli 2024)

In artikel 241 worden opzetaanranding (eerste lid) en gekwalificeerde opzetaanranding (tweede lid) strafbaar gesteld:

  1. Als schuldig aan opzetaanranding wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie, degene die met een persoon seksuele handelingen verricht terwijl diegene weet dat bij die persoon daartoe de wil ontbreekt.

  2. Als schuldig aan gekwalificeerde opzetaanranding wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaar of geldboete van de vijfde categorie, degene die zich schuldig maakt aan het misdrijf omschreven in het eerste lid, voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang, geweld, of bedreiging.

Voor het bewijs van wetenschap van een ontbrekende wil zijn de omstandigheden waaronder het seksuele contact plaatsvindt van belang. Als de ander aangeeft in woord iets niet te willen dan is het duidelijk. Lastiger wordt het bij lichaamstaal, zoals bijvoorbeeld bij een fysieke bevriezingsreactie. 

Van wetenschap van een ontbrekende wil bij de ander “is in het algemeen sprake als die ander met duidelijke verbale of non-verbale signalen te kennen geeft het seksuele contact niet op prijs te stellen en de initiator zet het contact toch voort”. 

Als kan worden vastgesteld dat diegene die het seksuele contact aangaat, aan deze woorden of de negatieve lichaamstaal, geen enkele boodschap heeft dan is er sprake van opzetaanranding. 

Het totaal onverwachts iemand op seksuele wijze betasten getuigt van opzettelijk handelen want de verdachte is zich bewust van de aantasting van de seksuele integriteit en wil de ander niet de ruimte geven om daarover zijn of haar wil te uiten (dit wordt weer anders als het per ongeluk is). De vraag of het per ongeluk is of expres is dus behoorlijk casuïstisch. 

Tot slot is van wetenschap van een ontbrekende wil ook sprake als die ander in een staat verkeert waarin geen vrije positieve wilsuiting mogelijk is (geestelijke of lichamelijke onmacht). Hierbij valt te denken aan:

  • slaap;
  • bewusteloosheid zoals bij een roes van alcohol en/of drugs;
  • een handicap of aandoening (een stoornis). 

Het komt erop neer dat wanneer er sprake is van een onvermogen tot een vrije positieve wilsuiting bij de ander, er wordt afgezien van seksueel contact. Opzettelijk handelen kan ook aan de orde kan zijn is als sprake is van een functionele afhankelijkheidsrelatie en daardoor de partijen zich zeer ongelijkwaardig tot elkaar verhouden. Bij seksueel contact in de context van een juridisch geformaliseerde gezagsrelatie dan wel een professionele hulpverlenings- of zorgrelatie als bedoeld in artikel 254, eerste lid, onder b Sr is een ontbrekende vrije wil bij de ondergeschikte ten aanzien van seksueel verkeer in beginsel gegeven, omdat – kort gezegd – de vrijheid van handelen van die persoon tegenover de bovengeschikte wezenlijk is beperkt door het gezag of het psychisch overwicht dat die laatste aan diens functie ontleent. In andere gevallen zal op de vraag of de functionele afhankelijkheidsrelatie zodanig is dat daardoor de wilsbepaling bij de ondergeschikte ten aanzien van seksueel contact met een bovengeschikte niet in vrijheid tot stand is gekomen, afhangen van de omstandigheden van het geval.

Opzetaanranding, zoals strafbaar gesteld in het eerste lid, is dus eenvoudiger te bewijzen dan vóór 1 juli 2024 omdat niet meer hoeft komen vast te staan dat de verdachte opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer seksuele handelingen tegen de (kenbare) wil ondergaat en dat dit onvermijdbaar voor het slachtoffer is geweest. De wettelijke maximumstraf voor opzetaanranding is gesteld op zes jaren gevangenisstraf (of een geldboete van de vierde categorie).

Gekwalificeerde opzetaanranding

In het tweede lid wordt opzetaanranding door dwang, geweld of bedreiging strafbaar gesteld. In dit lid wordt tot uitdrukking gebracht dat er een relatie in tijd moet bestaan tussen de seksuele handelingen en het gebruik van dwang, geweld en bedreiging. Er dient sprake te zijn van een bepaalde samenhang tussen de verrichte seksuele handelingen en deze begeleidende omstandigheden. De beoordeling hiervan vindt plaats aan de hand van de omstandigheden van het geval.

Voor de strafverzwarende omstandigheid dwang komt een wat lager bewijsvereiste te gelden. Het volstaat dat zodanige pressie op een ander is uitgeoefend dat die ander daardoor niet of in verminderde mate de mogelijkheid heeft gehad een vrije keuze te maken. Die pressie kan een veelheid aan gedaanten aannemen en kan worden uitgeoefend met gebruik van verschillende middelen. Bij het een ander onmogelijk maken anders te handelen kan worden gedacht aan: 

  • Het veroorzaken van een fysiek beletsel, zoals vastbinden, opsluiten, in het nauw drijven, emotionele chantage, overrompelen of iemand meevoeren naar een verlaten plek. 
  • Met geweld wordt gedoeld op de uitoefening van kracht. De krachtsaanwending dient zodanig te zijn dat het slachtoffer hiervan fysieke gevolgen ondervindt. De kracht kan worden uitgeoefend met behulp van het eigen lichaam, maar bijvoorbeeld ook met een voorwerp. Met het plegen van geweld wordt ingevolge artikel 81 Sr gelijkgesteld het brengen in een staat van bewusteloosheid of onmacht. 
  • Het bedwelmen van iemand, zoals drogeren, levert geweld op indien dit heeft geleid tot een staat van bewusteloosheid of onmacht. 
  • Voor bedreiging kan het de vorm aannemen van daden of het uiten van bedreigende taal. Vereist is dat, gegeven de feiten en omstandigheden, bij het slachtoffer de vrees kon ontstaan voor uitvoering van het dreigement. Bij dreigementen in de vorm van daden kan worden gedacht aan het dreigen met een (vuur)wapen en bij mondelinge bedreiging valt te denken aan het uiten van doodsbedreigingen of bedreigingen met geweld (kan ook tegen een ander dan het slachtoffer zijn) maar wel met het doel om het slachtoffer tot iets te bewegen.

Op de gekwalificeerde variant van opzetaanranding komt een strafmaximum van acht jaren gevangenisstraf te staan (of een geldboete van de vijfde categorie).

Wat is belangrijk bij het bewijs van opzetaanranding?

Sinds de invoering van de Wet seksuele misdrijven op 1 juli 2024 zijn de regels voor het bewijs van opzetaanranding veranderd. Voor een veroordeling is niet langer vereist dat sprake was van dwang of dat het slachtoffer zich heeft verzet.

De vraag is vooral of de verdachte wist dat de ander de seksuele handelingen niet wilde.

Waar kijkt politie en justitie naar?

Bij een onderzoek naar opzetaanranding wordt gekeken naar signalen waaruit blijkt dat de wil van het slachtoffer ontbrak.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • verbale signalen, zoals een duidelijke afwijzing;
  • non-verbale signalen, zoals wegduwen of terugtrekken;
  • een bevriezingsreactie;
  • omstandigheden waaruit blijkt dat geen vrije toestemming mogelijk was.

Alle omstandigheden van het geval worden daarbij meegewogen.

Welk bewijs kan belangrijk zijn?

Verschillende soorten bewijs kunnen een rol spelen in een strafzaak over opzetaanranding.

Voorbeelden zijn:

  • getuigenverklaringen;
  • camerabeelden;
  • WhatsApp- of chatberichten;
  • forensische sporen.

Dergelijk steunbewijs kan helpen om verklaringen van betrokkenen te ondersteunen.

Welke straf staat op opzetaanranding?

Op opzetaanranding staat een maximale gevangenisstraf van zes jaar of een geldboete van de vierde categorie. Dit volgt uit artikel 241 lid 1 Sr.

Is sprake van dwang, geweld of bedreiging? Dan gaat het om gekwalificeerde opzetaanranding. In dat geval kan de maximale gevangenisstraf oplopen tot acht jaar of een geldboete van de vijfde categorie.

De uiteindelijke straf hangt af van de omstandigheden van de zaak. De rechter kijkt onder meer naar de ernst van de seksuele handelingen, de gevolgen voor het slachtoffer, eventueel steunbewijs en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Advocaat bij opzetaanranding

Een advocaat speelt een cruciale rol, zowel voor verdachten als slachtoffers van aanranding:

Voor verdachten:

Een verdenking van artikel 241 Sr kan enkel afgedaan worden door de verdachte te dagvaarden om bij de rechter te verschijnen. Een verdenking van opzetaanranding op grond van het nieuwe artikel 241 Sr is complex omdat de mentale houding van de verdachte ten aanzien van het ontbreken van de wil bij de ander dient te worden bepaald aan de hand van de omstandigheden van het geval.

Het is van groot belang dat u zich laat bijstaan door een gespecialiseerde strafrechtadvocaat. Zeker gelet op de belangen die op het spel staan is het verstandig dat u zich vooraf goed laat informeren. Het is van belang om vooraf te weten wat u kunt verwachten en welke verweren namens u gevoerd kunnen worden.

Onze advocaten zijn bereid om u ook pro deo bij te staan, mits u daarvoor in aanmerking komt gelet op de wettelijk vastgestelde inkomensgrenzen. U hoeft dan uitsluitend een kleine eigen bijdrage te betalen.

Voor slachtoffers:

Rechtsbijstand aan slachtoffers van zedenzaken is van enorm belang, niet alleen voor de algehele ondersteuning van het slachtoffer, maar ook voor de begeleiding door het juridische traject, bijstand bij de aangifte, vertegenwoordiging tijdens getuigenverhoren , het uitoefenen van het spreekrecht, de zitting tot aan het vonnis in hoger beroep. Een gespecialiseerde slachtofferadvocaat zorgt ervoor dat uw belangen gedurende het hele strafproces worden behartigd.

Slachtoffers van zedenzaken krijgen kosteloos rechtsbijstand van een advocaat. Dit betekent dat de inkomenspositie van het slachtoffer dus geen rol speelt bij de toegang tot deze noodzakelijke juridische ondersteuning en de begeleiding van het indienen van een schadevergoeding.

Neem contact op

Wordt u verdacht van opzetaanranding of bent u slachtoffer van een zedenmisdrijf? Dan is het belangrijk om zo snel mogelijk juridisch advies in te winnen. De eerste verklaring bij politie of justitie kan grote gevolgen hebben voor het verdere verloop van de zaak. Onze gespecialiseerde strafrechtadvocaten beoordelen uw situatie, leggen uit wat u kunt verwachten en staan u gedurende het gehele strafproces bij.

Neem contact op voor juridisch advies.

Conclusie

Opzetaanranding, zoals geregeld in artikel 241 Sr, is een ernstig zedendelict dat zware strafrechtelijke gevolgen kan hebben. Het onderscheidt zich van verkrachting doordat er geen sprake is van penetratie. Het strafrechtelijk onderzoek zal zich richten op aanwijzingen voor feiten en omstandigheden die duiden op een ontbrekende wil, zoals duidelijk aanwezige contra-indicaties of evidente signalen die het slachtoffer heeft afgegeven en die de verdachte bewust (onverschillig) heeft genegeerd. Zowel verdachten als slachtoffers dienen professionele juridische bijstand te zoeken om hun rechten te beschermen. Een advocaat kan van onschatbare waarde zijn bij het bieden van verdediging of het verkrijgen van gerechtigheid.

Veelgestelde vragen bij opzetaanranding

1. Wat is het verschil tussen opzetaanranding en verkrachting?

Bij opzetaanranding is geen sprake van seksueel binnendringen van het lichaam. Bij verkrachting wel. Beide feiten zijn ernstige zedendelicten.

2. Moet er sprake zijn van geweld voor opzetaanranding?

Nee. Sinds de invoering van de Wet seksuele misdrijven hoeft geweld of dwang niet meer bewezen te worden. Het ontbreken van de wil van het slachtoffer staat centraal.

3. Wat is de maximale straf voor opzetaanranding?

Voor opzetaanranding geldt een maximale gevangenisstraf van zes jaar. Bij geweld, bedreiging of dwang kan dit oplopen tot acht jaar.

4. Kan een WhatsApp-gesprek als bewijs worden gebruikt?

Ja. Berichten, camerabeelden, getuigenverklaringen en forensische sporen kunnen allemaal als steunbewijs worden gebruikt in een strafzaak.

5. Krijgt een slachtoffer gratis rechtsbijstand?

Ja. Slachtoffers van zedenmisdrijven hebben in veel gevallen recht op kosteloze rechtsbijstand door een gespecialiseerde slachtofferadvocaat.

Neem contact op met onze specialisten van AMBT Advocaten

Het eerste gesprek is, zonder enig voorbehoud, gratis zodat u nooit voor onaangename verrassingen komt te staan. Neem contact op via 085 – 0880471 of per mail [email protected]. U kunt onze advocaten ook bereiken via hun mobiele nummer (te vinden via hun profiel).

Bel 085 - 0880471 Plan een gratis gesprek in
Neem contact op