Aanranding van een minderjarige tussen de 12 en 16 jaar is strafbaar op grond van artikel 247 Wetboek van Strafrecht. Het gaat om seksuele handelingen met een kind van 12 tot 16 jaar, ook wanneer geen sprake is van seksueel binnendringen van het lichaam. Op deze pagina leest u wanneer sprake is van aanranding van een minderjarige, welke uitzonderingen bestaan en welke straffen mogelijk zijn.
Wanneer is sprake van aanranding van een minderjarige tussen 12 en 16 jaar?
Van aanranding van een minderjarige tussen 12 en 16 jaar kan sprake zijn wanneer seksuele handelingen worden verricht met een kind in deze leeftijdscategorie. Anders dan bij verkrachting is geen sprake van seksueel binnendringen van het lichaam. De wet biedt minderjarigen tussen de 12 en 16 jaar extra bescherming, waardoor seksuele handelingen in bepaalde situaties strafbaar kunnen zijn, ook wanneer sprake lijkt te zijn van vrijwilligheid.
Artikel 247 Wetboek van Strafrecht
Artikel 247 Sr (aanranding 12-16 jarigen) luidt:
- Als schuldig aan aanranding in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie, degene die met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren seksuele handelingen verricht.
- Als schuldig aan gekwalificeerde aanranding in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren en acht maanden of geldboete van de vijfde categorie, degene die zich schuldig maakt aan het misdrijf omschreven in het eerste lid, voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging.
- Niet strafbaar is degene die als leeftijdsgenoot de in het eerste lid bedoelde gedragingen begaat in het kader van een gelijkwaardige situatie tussen diegene en dat kind.
Het eerste lid stelt aanranding in de leeftijdscategorie twaalf tot zestien jaren strafbaar. Het gaat hierbij om het verrichten van seksuele handelingen met een kind (in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren). Hieronder valt ingevolge artikel 239 het:
- een kind seksuele handelingen laten verrichten met diegene (de verdachte);
- met zichzelf of met een derde;
- dan wel een kind seksuele handelingen laten ondergaan door een derde.
Ingevolge de Wet tegengaan huwelijksdwang die in 2015 in werking is getreden, is het uitsluitend meerderjarigen toegestaan te huwen. De huwelijksexcepties zijn dus geschrapt. Het wettelijke strafmaximum is acht jaren gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie. Met artikel 247, eerste lid, wordt uitvoering gegeven aan artikel 3, vierde lid, van de richtlijn 2011/93/EU.
In het tweede lid wordt aanranding als omschreven in het eerste lid, voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging als strafverzwarend aangemerkt.
Voor de strafverzwarende omstandigheid dwang komt een wat lager bewijsvereiste te gelden. Het volstaat dat zodanige pressie op een ander is uitgeoefend dat die ander daardoor niet of in verminderde mate de mogelijkheid heeft gehad een vrije keuze te maken. Die pressie kan een veelheid aan gedaanten aannemen en kan worden uitgeoefend met gebruik van verschillende middelen.
Bij het een ander onmogelijk maken anders te handelen, kan worden gedacht aan het veroorzaken van een fysiek beletsel zoals, vastbinden, opsluiten, in het nauw drijven, overrompelen of iemand meevoeren naar een verlaten plek maar ook emotionele chantage.
Met geweld wordt gedoeld op de uitoefening van kracht. De krachtsaanwending dient zodanig te zijn dat het slachtoffer hiervan fysieke gevolgen ondervindt. De kracht kan worden uitgeoefend met behulp van het eigen lichaam, maar bijvoorbeeld ook met een voorwerp. Met het plegen van geweld wordt ingevolge artikel 81 Sr gelijkgesteld het brengen in een staat van bewusteloosheid of onmacht. Het bedwelmen van iemand, zoals drogeren, levert geweld op indien dit heeft geleid tot een staat van bewusteloosheid of onmacht.
Voor bedreiging kan het de vorm aannemen van daden of het uiten van bedreigende taal. Vereist is dat, gegeven de feiten en omstandigheden, bij het slachtoffer de vrees kon ontstaan voor uitvoering van het dreigement. Bij dreigementen in de vorm van daden kan worden gedacht aan het dreigen met een (vuur)wapen en bij mondelinge bedreiging valt te denken aan het uiten van doodsbedreigingen of bedreigingen met geweld (kan ook tegen een ander dan het slachtoffer zijn).
De wettelijke strafbedreiging is gevangenisstraf van ten hoogste tien jaar en acht maanden of geldboete van de vijfde categorie. Het lid geeft uitvoering aan artikel 3, vijfde lid, onder iii en zesde lid, van de richtlijn 2011/93/EU.
Wanneer is sprake van een gelijkwaardige situatie?
De wet erkent dat jongeren van ongeveer dezelfde leeftijd vrijwillig seksuele ervaringen met elkaar kunnen hebben. Daarom bevat artikel 247 Sr een uitzondering voor leeftijdsgenoten.
Bij de beoordeling kijkt de rechter onder meer naar:
- het leeftijdsverschil;
- de mate van vrijwilligheid;
- de aard van de relatie;
- de vraag of betrokkenen een (seksuele) relatie hadden;
- het ontwikkelingsniveau van beide jongeren;
- de aard van de seksuele handelingen.
Bij een klein leeftijdsverschil, vrijwillig contact en een gelijkwaardige relatie kan sprake zijn van een situatie waarin geen straf wordt opgelegd.
Strafuitsluitingsgrond gelijkwaardige situatie
De strafuitsluitingsgrond geldt uitsluitend voor degene die een leeftijdsgenoot is van de persoon in de leeftijd van twaalf tot zestien met wie het seksuele contact plaatsvindt. Onder leeftijdsgenoot wordt een persoon met een gering leeftijdsverschil verstaan. De ondergrens ligt bij twaalf jaren. De bovengrens is afhankelijk van de leeftijd van degene met wie het seksuele contact plaatsvindt. Als deze persoon vijftien jaar oud is kan een leeftijdsgenoot bijvoorbeeld ook een zeventienjarige zijn. Een voorwaarde voor een beroep op de strafuitsluitingsgrond is dat sprake is van een gelijkwaardige situatie tussen betrokkenen. De beoordeling hiervan is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat bij een gering leeftijdsverschil, een vrijwillig contact en een (seksuele) relatie in beginsel kan worden gesproken van een gelijkwaardige situatie tussen betrokkenen. Bij de vraag naar het leeftijdsverschil tussen de betrokkenen kan naast het verschil in kalenderjaren ook betekenis toekomen aan het verschil in (cognitieve en of seksuele) ontwikkelingsniveau en of levensfase. Vrijwilligheid houdt in dat het seksueel contact plaatsvindt met goedvinden van alle betrokkenen. Indien er tussen de betrokkenen geen affectieve relatie bestaat hoeft het seksueel verkeer niet per definitie onvrijwillig te zijn.
Indien is voldaan aan de voorwaarden van het derde lid en de strafuitsluitingsgrond is van toepassing dan leidt dit tot ontslag van alle rechtsvervolging. Ingevolge artikel 8 van de richtlijn 2011/93/EU behoort het tot de discretionaire bevoegdheid van de lidstaten om te beslissen of artikel 3, vierde lid, van toepassing is op consensuele seksuele handelingen tussen gelijken, nabij in leeftijd en in psychologische en lichamelijke ontwikkeling of maturiteit, mits de handelingen niet met misbruik gepaard gingen.
Wat is belangrijk in de bewijsvoering?
Voor een veroordeling voor artikel 247, lid 1 Sr is het niet nodig dat er bewijs is van dwang. Er hoeft dus niet meer bewezen te worden dat een slachtoffer zich heeft verzet of zich niet kon onttrekken aan de seksuele handelingen. Evenmin hoeft te worden bewezen dat het opzet van de verdachte hierop gericht was. Het gevolg is dat slachtoffers in meer gevallen aangifte kunnen doen van een strafbaar feit. De verlaging van de bewijsdrempel brengt ook mee dat politie en het Openbaar Ministerie ruimere mogelijkheden zullen hebben om zaken op te pakken..
Het onderzoek zal zich vooral richten op feiten en omstandigheden die wijzen op een ontbrekende wil, zoals:
- duidelijke verbale afwijzingen;
- non-verbale signalen van weerstand;
- contra-indicaties waaruit blijkt dat het slachtoffer niet instemde;
- verklaringen van betrokkenen en getuigen;
- omstandigheden waaruit blijkt dat de verdachte deze signalen heeft genegeerd.
Steunbewijs kan de verklaring van het slachtoffer ondersteunen. Denk daarbij aan:
- sporen op het lichaam;
- camerabeelden;
- WhatsApp-berichten;
- socialmediaberichten;
- getuigenverklaringen;
- forensisch onderzoek.
In aanrandingszaken is de bewijsvoering vaak complex, omdat er zelden direct bewijs aanwezig is. Daarnaast kan ook de vraag of sprake is van een strafuitsluitingsgrond, zoals een gelijkwaardige situatie tussen leeftijdsgenoten, een belangrijke rol spelen bij de beoordeling van de zaak.
Straf voor aanranding van een minderjarige tussen 12 en 16 jaar
De straffen bij een veroordeling voor overtreding van artikel 247 Sr kunnen fors zijn. In ieder geval wordt – gelet op het taakstrafverbod – een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van ten minste één dag opgelegd. Het taakstrafverbod geldt voor misdrijven waarop een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld en die een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ten gevolge hebben gehad. Voor de toekomst, en met name met betrekking tot de aanvraag van een VOG, kunnen de gevolgen van een veroordeling voor artikel 247 Sr groot zijn.
De uiteindelijke straf hangt af van de omstandigheden van het geval. Daarbij kan onder meer worden gekeken naar:
- de leeftijd van het slachtoffer;
- het leeftijdsverschil tussen betrokkenen;
- de aard van de seksuele handelingen;
- de aanwezigheid van dwang, geweld of bedreiging;
- de persoonlijke omstandigheden van de verdachte;
- een eventueel beroep op de strafuitsluitingsgrond van artikel 247 lid 3 Sr.
Een veroordeling kan daarnaast leiden tot een strafblad, problemen bij het verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en andere ingrijpende gevolgen voor de toekomst.
Wat kan een advocaat betekenen?
Een advocaat speelt een cruciale rol, zowel voor verdachten als slachtoffers van aanranding:
Voor verdachten:
Een verdenking van artikel 247 Sr kan enkel afgedaan worden door de verdachte te dagvaarden om bij de rechter te verschijnen. Een verdenking van aanranding 12-16 jarigen op grond van het nieuwe artikel 247 Sr is dient te worden bepaald aan de hand van de omstandigheden van het geval.
Gelet op de zware straffen, is het van groot belang dat u zich laat bijstaan door een advocaat gespecialiseerd in het strafrecht.Gelet op de belangen die op het spel staan is het verstandig dat u zich vooraf goed laat informeren. Het is van belang om vooraf te weten wat u kunt verwachten en welke verweren namens u gevoerd kunnen worden.
Onze advocaten zijn bereid om u ook pro deo bij te staan, mits u daarvoor in aanmerking komt gelet op de wettelijk vastgestelde inkomensgrenzen. U hoeft dan uitsluitend een kleine eigen bijdrage te betalen.
Voor slachtoffers:
Rechtsbijstand aan slachtoffers (en ouders) van zedenzaken is van enorm belang, niet alleen voor de algehele ondersteuning van het slachtoffer, maar ook voor de begeleiding door het juridische traject, bijstand bij de aangifte, vertegenwoordiging tijdens getuigenverhoren, het uitoefenen van het spreekrecht, de zitting tot aan het vonnis in hoger beroep. Een gespecialiseerde slachtofferadvocaat zorgt ervoor dat uw belangen gedurende het hele strafproces worden behartigd.
Slachtoffers van zedenzaken krijgen kosteloos rechtsbijstand van een advocaat. Dit betekent dat de inkomenspositie van het slachtoffer dus geen rol speelt bij de toegang tot deze noodzakelijke juridische ondersteuning en de begeleiding van het indienen van een schadevergoeding.
Neem contact op
Wordt u verdacht van een overtreding van artikel 247 Sr of heeft uw kind te maken met een zedenzaak? Neem dan zo spoedig mogelijk contact op met één van onze strafrechtadvocaten. Wij beoordelen uw situatie, leggen uit welke verweren mogelijk zijn en begeleiden u gedurende het gehele strafproces.
Conclusie
Aanranding van 12-16 jarigen, zoals nu per 1 juli 2024 geregeld in artikel 247 Sr, is een ernstig zedendelict dat zware strafrechtelijke gevolgen kan hebben. Het onderscheidt zich van verkrachting doordat er geen sprake is van penetratie. Het gaat om het verrichten van seksuele handelingen met een kind (in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren). Er is geen sprake meer van huwelijksexcepties en deze oude bepalingen zijn dus geschrapt. Het taakstrafverbod is van toepassing en de straffen kunnen verhoogd worden als er sprake is van dwang, geweld, of dreiging. Er kan een beroep gedaan worden op een strafuitsluitingsgrond zoals geformuleerd in lid 3 en de algemene vuistregel dat, bij een gering leeftijdsverschil, een vrijwillig contact en een (seksuele) relatie in beginsel kan worden gesproken van een gelijkwaardige situatie tussen betrokkenen, dient meegewogen te worden. Zowel verdachten als slachtoffers (en hun ouders) dienen professionele juridische bijstand te zoeken om hun rechten te beschermen. Een advocaat kan van onschatbare waarde zijn bij het bieden van de juiste verdediging of het verkrijgen van gerechtigheid namens het slachtoffer.
Veelgestelde vragen bij aanranding van een minderjarige tussen 12 en 16 jaar
1. Is toestemming van een 13-, 14- of 15-jarige voldoende?
Niet altijd. De wet biedt minderjarigen in deze leeftijdsgroep extra bescherming. Daarom kan seksueel contact strafbaar zijn, ook wanneer sprake lijkt te zijn van instemming.
2. Moet er sprake zijn van geweld of dwang?
Nee. Voor een veroordeling op grond van artikel 247 Sr hoeft niet bewezen te worden dat sprake was van geweld, dwang of bedreiging. Het verrichten van seksuele handelingen met een minderjarige tussen de 12 en 16 jaar kan al strafbaar zijn. Alleen wanneer sprake is van dwang, geweld of bedreiging geldt een hogere maximumstraf.
3. Kunnen ouders aangifte doen namens hun kind?
Ja. In zaken waarbij sprake is van aanranding van een minderjarige tussen de 12 en 16 jaar spelen ouders vaak een belangrijke rol. Zij kunnen namens hun kind aangifte doen of ondersteunen bij het doen van aangifte en bijstaan gedurende het strafproces. Daarnaast hebben minderjarige slachtoffers recht op kosteloze rechtsbijstand van een gespecialiseerde slachtofferadvocaat.





