Feitelijke aanranding is een strafbaar feit waarbij sprake is van een ongewenste, seksuele aanraking die inbreuk maakt op de lichamelijke integriteit van een ander. Het is een zedendelict dat strafbaar is gesteld in het Wetboek van Strafrecht (Sr). Aanranding onderscheidt zich van verkrachting doordat bij aanranding geen sprake is van binnendringen van het lichaam. Per 1 juli 2024 is de zedenwetgeving ingrijpend gewijzigd. Vóór 1 juli 2024 was feitelijke aanranding vastgelegd in artikel 246 en op en na 1 juli 2024 is feitelijke aanranding opgedeeld in verschillende artikelen: 240 (schuldaanranding), 241 (opzetaanranding), 245 (aanranding 16-18 jarigen), 247 aanranding 12-16 jarigen) en tot slot 249 (aanranding onder de leeftijd van 12 jaar). In dit artikel zullen we de feitelijke aanranding van kinderen onder de 12 behandelen van op of na 1 juli 2024.

Aanranding onder de 12 jaar

Artikel 249 Sr (aanranding onder de 12 jaar) luidt:

  1. Als schuldig aan aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie, degene die met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren seksuele handelingen verricht.
  2. Als schuldig aan gekwalificeerde aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste dertien jaren en vier maanden of geldboete van de vijfde categorie, degene die zich schuldig maakt aan het misdrijf omschreven in het eerste lid, voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging.

Dit artikel stelt het verrichten van seksuele handelingen met een kind strafbaar in de leeftijdscategorie onder twaalf jaren. In het tweede lid van deze artikelen wordt aanranding met gebruikmaking van dwang, geweld of bedreiging als gekwalificeerde delictsvorm aangemerkt. Daarmee komen deze strafbepalingen wat vormgeving en delictsinhoud betreft overeen met artikel 247. Alleen de strafmaxima zijn hoger in verband met het feit dat hier gaat om ernstige schendingen van de seksuele integriteit jegens kinderen in de laagste leeftijdscategorie.

Het eerste lid stelt aanranding in de leeftijdscategorie onder de  twaalf jaren strafbaar. Het gaat hierbij om het verrichten van seksuele handelingen met een kind (in de leeftijd tot twaalf jaren). Hieronder valt ingevolge artikel 239 het een kind seksuele handelingen laten verrichten met diegene (de verdachte), met zichzelf of met een derde dan wel een kind seksuele handelingen laten ondergaan door een derde. Het wettelijke strafmaximum is tien jaren of geldboete van de vijfde categorie.

In het tweede lid wordt aanranding als omschreven in het eerste lid, voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging als strafverzwarend aangemerkt. Met deze gekwalificeerde vorm wordt het ernstiger verwijt dat de schuldige wordt gemaakt vanwege deze extra strafwaardige begeleidende omstandigheden tot uitdrukking gebracht.

Voor de strafverzwarende omstandigheid dwang komt een wat lager bewijsvereiste te gelden. Het volstaat dat zodanige pressie op een ander is uitgeoefend dat die ander daardoor niet of in verminderde mate de mogelijkheid heeft gehad een vrije keuze te maken. Die pressie kan een veelheid aan gedaanten aannemen en kan worden uitgeoefend met gebruik van verschillende middelen. Bij het een ander onmogelijk maken anders te handelen, kan worden gedacht aan het veroorzaken van een fysiek beletsel zoals, vastbinden, opsluiten, in het nauw drijven, overrompelen of iemand meevoeren naar een verlaten plek maar ook emotionele chantage. Met geweld wordt gedoeld op de uitoefening van kracht. De krachtsaanwending dient zodanig te zijn dat het slachtoffer hiervan fysieke gevolgen ondervindt. De kracht kan worden uitgeoefend met behulp van het eigen lichaam, maar bijvoorbeeld ook met een voorwerp. Met het plegen van geweld wordt ingevolge artikel 81 Sr gelijkgesteld het brengen in een staat van bewusteloosheid of onmacht. Het bedwelmen van iemand, zoals drogeren, levert geweld op indien dit heeft geleid tot een staat van bewusteloosheid of onmacht. Voor bedreiging kan het de vorm aannemen van daden of het uiten van bedreigende taal. Vereist is dat, gegeven de feiten en omstandigheden, bij het slachtoffer de vrees kon ontstaan voor uitvoering van het dreigement. Bij dreigementen in de vorm van daden kan worden gedacht aan het dreigen met een (vuur)wapen en bij mondelinge bedreiging valt te denken aan het uiten van doodsbedreigingen of bedreigingen met geweld (kan ook tegen een ander dan het slachtoffer zijn).

De wettelijke strafbedreiging is gevangenisstraf van ten hoogste dertien jaren en vier maanden of een geldboete van de vijfde categorie.

Wat is belangrijk in de bewijsvoering?

De nieuwe delicten hebben gevolgen voor de bewijsvoering. Voor een veroordeling voor artikel 249, lid 1 Sr is het niet nodig dat er bewijs is van dwang. Er hoeft dus niet meer bewezen te worden dat een slachtoffer zich heeft verzet of zich niet kon onttrekken aan de seksuele handelingen. Evenmin hoeft te worden bewezen dat het opzet van de verdachte hierop gericht was. Het gevolg is dat slachtoffers in meer gevallen aangifte kunnen doen van een strafbaar feit. De verlaging van de bewijsdrempel brengt ook mee dat politie en het Openbaar Ministerie ruimere mogelijkheden zullen hebben om zaken op te pakken. Het onderzoek zal zich richten op aanwijzingen voor feiten en omstandigheden die duiden op een ontbrekende wil, zoals duidelijk aanwezige contra-indicaties of evidente signalen die het slachtoffer heeft afgegeven en die de verdachte eventueel heeft genegeerd.

Steunbewijs, zoals sporen op het lichaam, camerabeelden of WhatsApp-berichten, kan de lezing van het slachtoffer ondersteunen en zal noodzakelijk zijn bij gebrek aan ander bewijs, bijvoorbeeld bij een ontkennende verdachte en ontbrekende getuigen. In aanrandingszaken is de bewijsvoering vaak complex omdat er zelden direct bewijs is en uiteraard speelt ook de bijzondere jonge leeftijd van het slachtoffer een belangrijke rol.

Wat kan een advocaat betekenen?

Een advocaat speelt een cruciale rol, zowel voor verdachten als slachtoffers van aanranding:

  1. Voor verdachten:

Een verdenking van artikel 249 Sr kan enkel afgedaan worden door de verdachte te dagvaarden om bij de rechter te verschijnen. Een verdenking van aanranding onder de 12 jaren dient te worden bepaald aan de hand van de omstandigheden van het geval.

De straffen bij een veroordeling voor overtreding van artikel 249 Sr kunnen fors zijn. In ieder geval wordt – gelet op het taakstrafverbod – een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van ten minste één dag opgelegd. Het taakstrafverbod geldt voor misdrijven waarop een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld en die een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ten gevolge hebben gehad. Voor de toekomst, en met name met betrekking tot de aanvraag van een VOG, kunnen de gevolgen van een veroordeling voor artikel 249 Sr groot zijn. Gelet hierop, is het van groot belang dat u zich laat bijstaan door een gespecialiseerde strafrechtadvocaat. Gelet op de belangen die op het spel staan is het verstandig dat u zich vooraf goed laat informeren. Het is van belang om vooraf te weten wat u kunt verwachten en welke verweren namens u gevoerd kunnen worden.

Onze advocaten zijn bereid om u ook pro deo bij te staan, mits u daarvoor in aanmerking komt gelet op de wettelijk vastgestelde inkomensgrenzen. U hoeft dan uitsluitend een kleine eigen bijdrage te betalen.

  • Voor slachtoffers:

Rechtsbijstand aan slachtoffers (en ouders) van zedenzaken is van enorm belang, niet alleen voor de algehele ondersteuning van het slachtoffer, maar ook voor de begeleiding door het juridische traject, bijstand bij de aangifte, vertegenwoordiging tijdens getuigenverhoren, het uitoefenen van het spreekrecht, de zitting tot aan het vonnis in hoger beroep. Een gespecialiseerde slachtofferadvocaat zorgt ervoor dat uw belangen gedurende het hele strafproces worden behartigd.

Slachtoffers van zedenzaken krijgen kosteloos rechtsbijstand van een advocaat. Dit betekent dat de inkomenspositie van het slachtoffer dus geen rol speelt bij de toegang tot deze noodzakelijke juridische ondersteuning en de begeleiding van het indienen van een schadevergoeding.

Conclusie

Aanranding van onder de 12 jaar, zoals nu per 1 juli 2024 geregeld in artikel 249 Sr, is een ernstig zedendelict dat zware strafrechtelijke gevolgen kan hebben. Het onderscheidt zich van verkrachting doordat er geen sprake is van penetratie. Het gaat om het verrichten van seksuele handelingen met een kind (onder de twaalf jaren). Het taakstrafverbod is van toepassing en de straffen kunnen verhoogd worden als er sprake is van dwang, geweld, of dreiging. Er kan bij onder de twaalf geen beroep gedaan worden op een strafuitsluitingsgrond. Zowel verdachten als slachtoffers (en hun ouders) dienen professionele juridische bijstand te zoeken om hun rechten te beschermen. Een advocaat kan van onschatbare waarde zijn bij het bieden van de juiste verdediging of het verkrijgen van gerechtigheid namens het slachtoffer.

Neem contact op met onze specialisten van AMBT Advocaten

Het eerste gesprek is, zonder enig voorbehoud, gratis zodat u nooit voor onaangename verrassingen komt te staan. Neem contact op via 085 – 0880471 of per mail [email protected]. U kunt onze advocaten ook bereiken via hun mobiele nummer (te vinden via hun profiel).

Bel 085 - 0880471 Plan een gratis gesprek in
Neem contact op