Verkrachting van een kind onder de 12 jaren is een ernstig zedendelict waarbij sprake is van seksuele handelingen, welke handelingen bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Vóór 1 juli 2024 was verkrachting vastgelegd in artikel 242 Sr (oud) en op en na 1 juli 2024 is verkrachting opgedeeld in verschillende nieuwe artikelen: 242 (schuldverkrachting), 243 (opzetverkrachting), 246 (verkrachting 16-18 jarige), 248 (verkrachting 12-16 jarige), en artikel 250 (verkrachting onder de 12 jaren). In dit artikel zullen we de verkrachting op grond van artikel 250 (nieuw) behandelen zoals die sinds 1 juli 2024 van kracht is.

Verkrachting onder de 12 jaar

Artikel 250 Sr (verkrachting onder de 12 jaar) luidt:

  1. Als schuldig aan verkrachting in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie, degene die met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren seksuele handelingen verricht, welke handelingen bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
  2. Als schuldig aan gekwalificeerde verkrachting in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste achttien jaren of geldboete van de vijfde categorie, degene die zich schuldig maakt aan het misdrijf omschreven in het eerste lid, voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging.

Dit artikel stelt het verrichten van seksuele handelingen, welke handelingen bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam met een kind strafbaar in de leeftijdscategorie onder twaalf jaren. In het tweede lid van deze artikelen wordt verkrachting met gebruikmaking van dwang, geweld of bedreiging als gekwalificeerde delictsvorm aangemerkt. Daarmee komen deze strafbepalingen wat vormgeving en delictsinhoud betreft overeen met artikel 248 Sr (nieuw). Alleen de strafmaxima zijn hoger in verband met het feit dat hier gaat om ernstige schendingen van de seksuele integriteit jegens kinderen in de laagste leeftijdscategorie.

Voorwaarden verkrachting onder de 12 jaren

Het eerste lid stelt verkrachting in de leeftijdscategorie onder de  twaalf jaren strafbaar. Het gaat hierbij om het verrichten van seksuele handelingen, welke handelingen bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, met een kind (in de leeftijd tot twaalf jaren). Hieronder valt ingevolge artikel 239 het een kind seksuele handelingen laten verrichten met diegene (de verdachte), met zichzelf of met een derde dan wel een kind seksuele handelingen laten ondergaan door een derde. Het wettelijke strafmaximum is tien jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Conform de uitleg die de Hoge Raad geeft aan het bestanddeel “handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam” wordt hieronder steeds verstaan:

  1. geslachtsgemeenschap;
  2. een wat betreft de ernst van de inbreuk op de seksuele integriteit daarmee vergelijkbare gedraging,
  3. een handeling die in redelijkheid op één lijn kan worden gesteld met de onder 1 of 2 genoemde handelingen. Hierbij kan het gaan om seksuele penetratie die bestaat uit orale, anale of vaginale penetratie van het lichaam.

In de rechtspraak is onder meer geoordeeld dat vaginale penetratie met een vinger of met een attribuut en orale penetratie met een geslachtdeel kunnen worden aangemerkt als seksueel binnendringen van het lichaam. Vormen van orale, vaginale of anale penetratie van het lichaam die niet onder de hiervoor genoemde criteria vallen kunnen worden aangemerkt als seksuele handelingen. Een vorm van orale penetratie van het lichaam die niet als seksueel binnendringen van het lichaam wordt gezien betreft de tongzoen.

Voorwaarden gekwalificeerde verkrachting onder de 12 jaren

In het tweede lid wordt verkrachting als omschreven in het eerste lid, voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging als strafverzwarend aangemerkt. Met deze gekwalificeerde vorm wordt het ernstiger verwijt dat de schuldige wordt gemaakt vanwege deze extra strafwaardige begeleidende omstandigheden tot uitdrukking gebracht.

Voor de strafverzwarende omstandigheid dwang komt een wat lager bewijsvereiste te gelden. Het volstaat dat zodanige pressie op een ander is uitgeoefend dat die ander daardoor niet of in verminderde mate de mogelijkheid heeft gehad een vrije keuze te maken. Die pressie kan een veelheid aan gedaanten aannemen en kan worden uitgeoefend met gebruik van verschillende middelen. Bij het een ander onmogelijk maken anders te handelen, kan worden gedacht aan het veroorzaken van een fysiek beletsel zoals, vastbinden, opsluiten, in het nauw drijven, overrompelen of iemand meevoeren naar een verlaten plek maar ook emotionele chantage. Met geweld wordt gedoeld op de uitoefening van kracht. De krachtsaanwending dient zodanig te zijn dat het slachtoffer hiervan fysieke gevolgen ondervindt. De kracht kan worden uitgeoefend met behulp van het eigen lichaam, maar bijvoorbeeld ook met een voorwerp. Met het plegen van geweld wordt ingevolge artikel 81 Sr gelijkgesteld het brengen in een staat van bewusteloosheid of onmacht. Het bedwelmen van iemand, zoals drogeren, levert geweld op indien dit heeft geleid tot een staat van bewusteloosheid of onmacht. Voor bedreiging kan het de vorm aannemen van daden of het uiten van bedreigende taal. Vereist is dat, gegeven de feiten en omstandigheden, bij het slachtoffer de vrees kon ontstaan voor uitvoering van het dreigement. Bij dreigementen in de vorm van daden kan worden gedacht aan het dreigen met een (vuur)wapen en bij mondelinge bedreiging valt te denken aan het uiten van doodsbedreigingen of bedreigingen met geweld (kan ook tegen een ander dan het slachtoffer zijn).

Wat zijn de straffen voor verkrachting van een kind onder de twaalf jaar?

Vanwege de aard en ernst van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam staat er een hogere wettelijke strafbedreiging tegenover en een eigen kwalificatie. Het wettelijk strafmaximum voor verkrachting in de leeftijdscategorie van onder de twaalf jaren betreft een gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of een geldboete van de vijfde categorie. Voor de gekwalificeerde delictsvorm in lid 2 wordt de maximale gevangenisstraf gesteld op achttien jaren of een geldboete van de vijfde categorie. Bij een veroordeling wegens verkrachting is in de regel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de orde, vaak met bijzondere voorwaarden en een lange proeftijd. Het taakstrafverbod is bij de opzetvariant van toepassing.

Uiteraard komt er bij een veroordeling een aantekening op het strafblad waardoor bepaalde beroepen nooit meer uitgeoefend kunnen worden (een beroepsverbod ligt overigens ook in de rede als bijkomende straf). In de regel zal er een schadevergoeding aan het slachtoffer moeten worden betaald en een tijdelijk gebiedsverbod/contactverbod is ook niet onwaarschijnlijk.

Voor een poging tot verkrachting (oftewel een verkrachting die voor het feitelijk binnendringen afgebroken wordt) wordt de maximumstraf met 1/3 verminderd.

Wat is belangrijk in de bewijsvoering?

De nieuwe delicten hebben gevolgen voor de bewijsvoering. Voor een veroordeling voor artikel 250, lid 1 Sr is het niet nodig dat er bewijs is van dwang. Er hoeft dus niet meer bewezen te worden dat een slachtoffer zich heeft verzet of zich niet kon onttrekken aan de seksuele handelingen. Evenmin hoeft te worden bewezen dat het opzet van de verdachte hierop gericht was. Het gevolg is dat slachtoffers in meer gevallen aangifte kunnen doen van een strafbaar feit. De verlaging van de bewijsdrempel brengt ook mee dat politie en het Openbaar Ministerie ruimere mogelijkheden zullen hebben om zaken op te pakken. Het onderzoek zal zich richten op aanwijzingen voor feiten en omstandigheden die duiden op een ontbrekende wil, zoals duidelijk aanwezige contra-indicaties of evidente signalen die het slachtoffer heeft afgegeven en die de verdachte eventueel heeft genegeerd.

Steunbewijs, zoals sporen op het lichaam, camerabeelden of WhatsApp-berichten, kan de lezing van het slachtoffer ondersteunen en zal noodzakelijk zijn bij gebrek aan ander bewijs, bijvoorbeeld bij een ontkennende verdachte en ontbrekende getuigen. In zedenzaken is de bewijsvoering vaak complex omdat er zelden direct bewijs is en uiteraard speelt ook de bijzondere jonge leeftijd van het slachtoffer een belangrijke rol.

Wat kan een advocaat betekenen?

Een advocaat speelt een cruciale rol, zowel voor verdachten als slachtoffers van verkrachting:

  1. Voor verdachten:

Een verdenking van artikel 250 Sr kan enkel afgedaan worden door de verdachte te dagvaarden om bij de rechter te verschijnen.

De straffen bij een veroordeling voor overtreding van artikel 250 Sr kunnen fors zijn. In ieder geval wordt – gelet op het taakstrafverbod – een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van ten minste één dag opgelegd. Het taakstrafverbod geldt voor misdrijven waarop een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld en die een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ten gevolge hebben gehad. Voor de toekomst, en met name met betrekking tot de aanvraag van een VOG, kunnen de gevolgen van een veroordeling voor artikel 250 Sr groot zijn. Gelet hierop, is het van groot belang dat u zich laat bijstaan door een gespecialiseerde strafrechtadvocaat. Gelet op de belangen die op het spel staan is het verstandig dat u zich vooraf goed laat informeren. Het is van belang om vooraf te weten wat u kunt verwachten en welke verweren namens u gevoerd kunnen worden.

Onze advocaten zijn bereid om u ook pro deo bij te staan, mits u daarvoor in aanmerking komt gelet op de wettelijk vastgestelde inkomensgrenzen. U hoeft dan uitsluitend een kleine eigen bijdrage te betalen.

  • Voor slachtoffers:

Rechtsbijstand aan slachtoffers (en ouders) van zedenzaken is van enorm belang, niet alleen voor de algehele ondersteuning van het slachtoffer, maar ook voor de begeleiding door het juridische traject, bijstand bij de aangifte, vertegenwoordiging tijdens getuigenverhoren, het uitoefenen van het spreekrecht, de zitting tot aan het vonnis in hoger beroep. Een gespecialiseerde slachtofferadvocaat zorgt ervoor dat uw belangen gedurende het hele strafproces worden behartigd.

Slachtoffers van zedenzaken krijgen kosteloos rechtsbijstand van een advocaat. Dit betekent dat de inkomenspositie van het slachtoffer dus geen rol speelt bij de toegang tot deze noodzakelijke juridische ondersteuning en de begeleiding van het indienen van een schadevergoeding.

Conclusie

Verkrachting van een kind onder de 12 jaren, zoals nu per 1 juli 2024 is geregeld in artikel 250 Sr, is een ernstig zedendelict dat zware strafrechtelijke gevolgen kan hebben. Het onderscheidt zich van aanranding doordat er bij verkrachting sprake is van binnendringen. Het taakstrafverbod is van toepassing en de straffen kunnen verhoogd worden als er sprake is van dwang, geweld, of dreiging. Zowel verdachten als slachtoffers (en hun ouders) dienen professionele juridische bijstand te zoeken om hun rechten te beschermen. Een advocaat is bijzonder raadzaam bij het bieden van de juiste verdediging of het verkrijgen van gerechtigheid en kan in de regel op basis van gefinancierde rechtsbijstand.

Neem contact op met onze specialisten van AMBT Advocaten

Het eerste gesprek is, zonder enig voorbehoud, gratis zodat u nooit voor onaangename verrassingen komt te staan. Neem contact op via 085 – 0880471 of per mail [email protected]. U kunt onze advocaten ook bereiken via hun mobiele nummer (te vinden via hun profiel).

Bel 085 - 0880471 Plan een gratis gesprek in
Neem contact op