Verkrachting 12-16 jarigen is een zedendelict waarbij sprake is van seksuele handelingen, welke handelingen bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Vóór 1 juli 2024 was verkrachting vastgelegd in artikel 242 Sr (oud) en op en na 1 juli 2024 is verkrachting opgedeeld in verschillende nieuwe artikelen: 242 (schuldverkrachting), 243 (opzetverkrachting), 246 (verkrachting 16-18 jarige), 248 (verkrachting 12-16 jarige), en artikel 250 (verkrachting onder de 12 jaren). In dit artikel zullen we de verkrachting op grond van artikel 248 (nieuw) behandelen zoals die sinds 1 juli 2024 van kracht is.

Verkrachting 12-16 jarigen

Artikel 248 Sr (verkrachting 12-16 jarigen) luidt:

  1. Als schuldig aan verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie, degene die met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren seksuele handelingen verricht, welke handelingen bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
  2. Als schuldig aan gekwalificeerde verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie, degene die zich schuldig maakt aan het misdrijf omschreven in het eerste lid, voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging.
  3. Niet strafbaar is degene die als leeftijdsgenoot de in het eerste lid bedoelde gedragingen begaat in het kader van een gelijkwaardige situatie tussen diegene en dat kind.

Het eerste lid stelt verkrachting in de leeftijdscategorie twaalf tot zestien jaren strafbaar. Het gaat hierbij om het verrichten van seksuele handelingen met een kind (in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren). Hieronder valt ingevolge artikel 239 het een kind seksuele handelingen laten verrichten met diegene (de verdachte), met zichzelf of met een derde dan wel een kind seksuele handelingen laten ondergaan door een derde. Ingevolge de Wet tegengaan huwelijksdwang die in 2015 in werking is getreden, is het uitsluitend meerderjarigen toegestaan te huwen. De huwelijksexcepties zijn dus geschrapt. In het tweede lid wordt verkrachting als omschreven in het eerste lid, voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging als strafverzwarend aangemerkt. Het derde lid bevat een strafuitsluitingsgrond voor degene die als leeftijdsgenoot de in het eerste lid omschreven gedragingen begaat in het kader van een gelijkwaardige situatie tussen diegene en een persoon in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren.

Voorwaarden verkrachting 12-16 jarigen

Het eerste lid stelt seksueel misbruik, welke handelingen bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, van kinderen in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren strafbaar onder de kwalificatie verkrachting.

Conform de uitleg die de Hoge Raad geeft aan het bestanddeel “handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam” wordt hieronder steeds verstaan:

  1. geslachtsgemeenschap;
  2. een wat betreft de ernst van de inbreuk op de seksuele integriteit daarmee vergelijkbare gedraging,
  3. een handeling die in redelijkheid op één lijn kan worden gesteld met de onder 1 of 2 genoemde handelingen. Hierbij kan het gaan om seksuele penetratie die bestaat uit orale, anale of vaginale penetratie van het lichaam.

In de rechtspraak is onder meer geoordeeld dat vaginale penetratie met een vinger of met een attribuut en orale penetratie met een geslachtdeel kunnen worden aangemerkt als seksueel binnendringen van het lichaam. Vormen van orale, vaginale of anale penetratie van het lichaam die niet onder de hiervoor genoemde criteria vallen kunnen worden aangemerkt als seksuele handelingen. Een vorm van orale penetratie van het lichaam die niet als seksueel binnendringen van het lichaam wordt gezien betreft de tongzoen.

Voorwaarden gekwalificeerde verkrachting 12-16 jarigen

Voor de strafverzwarende omstandigheid dwang komt een wat lager bewijsvereiste te gelden. Het volstaat dat zodanige pressie op een ander is uitgeoefend dat die ander daardoor niet of in verminderde mate de mogelijkheid heeft gehad een vrije keuze te maken. Die pressie kan een veelheid aan gedaanten aannemen en kan worden uitgeoefend met gebruik van verschillende middelen. Bij het een ander onmogelijk maken anders te handelen, kan worden gedacht aan het veroorzaken van een fysiek beletsel zoals, vastbinden, opsluiten, in het nauw drijven, overrompelen of iemand meevoeren naar een verlaten plek maar ook emotionele chantage. Met geweld wordt gedoeld op de uitoefening van kracht. De krachtsaanwending dient zodanig te zijn dat het slachtoffer hiervan fysieke gevolgen ondervindt. De kracht kan worden uitgeoefend met behulp van het eigen lichaam, maar bijvoorbeeld ook met een voorwerp. Met het plegen van geweld wordt ingevolge artikel 81 Sr gelijkgesteld het brengen in een staat van bewusteloosheid of onmacht. Het bedwelmen van iemand, zoals drogeren, levert geweld op indien dit heeft geleid tot een staat van bewusteloosheid of onmacht. Voor bedreiging kan het de vorm aannemen van daden of het uiten van bedreigende taal. Vereist is dat, gegeven de feiten en omstandigheden, bij het slachtoffer de vrees kon ontstaan voor uitvoering van het dreigement. Bij dreigementen in de vorm van daden kan worden gedacht aan het dreigen met een (vuur)wapen en bij mondelinge bedreiging valt te denken aan het uiten van doodsbedreigingen of bedreigingen met geweld (kan ook tegen een ander dan het slachtoffer zijn).

Strafuitsluitingsgrond gelijkwaardige situatie

Het derde lid bevat een strafuitsluitingsgrond voor degene die als leeftijdsgenoot de in het eerste lid omschreven gedragingen begaat in het kader van een gelijkwaardige situatie tussen diegene en een persoon in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren. De strafuitsluitingsgrond geldt uitsluitend voor degene die een leeftijdsgenoot is van de persoon in de leeftijd van twaalf tot zestien met wie het seksuele contact plaatsvindt. Onder leeftijdsgenoot wordt een persoon met een gering leeftijdsverschil verstaan. De ondergrens ligt bij twaalf jaren. De bovengrens is afhankelijk van de leeftijd van degene met wie het seksuele contact plaatsvindt. Als deze persoon vijftien jaar oud is kan een leeftijdsgenoot bijvoorbeeld ook een zeventienjarige zijn. Een voorwaarde voor een beroep op de strafuitsluitingsgrond is dat sprake is van een gelijkwaardige situatie tussen betrokkenen. De beoordeling hiervan is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Hierbij kunnen onder meer de volgende factoren relevant zijn:

  1.  het leeftijdsverschil tussen betrokkenen,
  2. of sprake was van vrijwilligheid bij betrokkenen,
  3. of betrokkenen een (seksuele) relatie hadden en
  4. de aard van de seksuele handelingen.

In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat bij een gering leeftijdsverschil, een vrijwillig contact en een (seksuele) relatie in beginsel kan worden gesproken van een gelijkwaardige situatie tussen betrokkenen. Bij de vraag naar het leeftijdsverschil tussen de betrokkenen kan naast het verschil in kalenderjaren ook betekenis toekomen aan het verschil in (cognitieve en of seksuele) ontwikkelingsniveau en of levensfase. Vrijwilligheid houdt in dat het seksueel contact plaatsvindt met goedvinden van alle betrokkenen. Indien er tussen de betrokkenen geen affectieve relatie bestaat hoeft het seksueel verkeer niet per definitie onvrijwillig te zijn.

Indien is voldaan aan de voorwaarden van het derde lid en de strafuitsluitingsgrond is van toepassing dan leidt dit tot ontslag van alle rechtsvervolging.

Wat zijn de straffen voor verkrachting 12-16 jarigen?

Vanwege de aard en ernst van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam staat er een hogere wettelijke strafbedreiging tegenover en een eigen kwalificatie. Het wettelijk strafmaximum voor verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren betreft gevangenisstraf van ten hoogste gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of een geldboete van de vijfde categorie. Voor de gekwalificeerde delictsvorm in lid 2 wordt de maximale gevangenisstraf gesteld op vijftien jaren of een geldboete van de vijfde categorie. Bij een veroordeling wegens verkrachting is in de regel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de orde, vaak met bijzondere voorwaarden en een lange proeftijd. Het taakstrafverbod is bij de opzetvariant van toepassing.

Uiteraard komt er bij een veroordeling een aantekening op het strafblad waardoor bepaalde beroepen nooit meer uitgeoefend kunnen worden (een beroepsverbod ligt overigens ook in de rede als bijkomende straf). In de regel zal er een schadevergoeding aan het slachtoffer moeten worden betaald en een tijdelijk gebiedsverbod/contactverbod is ook niet onwaarschijnlijk.

Voor een poging tot verkrachting (oftewel een verkrachting die voor het feitelijk binnendringen afgebroken wordt) wordt de maximumstraf met 1/3 verminderd.

Wat is belangrijk in de bewijsvoering?

De nieuwe delicten hebben gevolgen voor de bewijsvoering. Voor een veroordeling voor artikel 248, lid 1 Sr is het niet nodig dat er bewijs is van dwang. Er hoeft dus niet meer bewezen te worden dat een slachtoffer zich heeft verzet of zich niet kon onttrekken aan de seksuele handelingen. Evenmin hoeft te worden bewezen dat het opzet van de verdachte hierop gericht was. Het gevolg is dat slachtoffers in meer gevallen aangifte kunnen doen van een strafbaar feit. De verlaging van de bewijsdrempel brengt ook mee dat politie en het Openbaar Ministerie ruimere mogelijkheden zullen hebben om zaken op te pakken. Het onderzoek zal zich richten op aanwijzingen voor feiten en omstandigheden die duiden op een ontbrekende wil, zoals duidelijk aanwezige contra-indicaties of evidente signalen die het slachtoffer heeft afgegeven en die de verdachte eventueel heeft genegeerd.

Steunbewijs, zoals sporen op het lichaam, camerabeelden of WhatsApp-berichten, kan de lezing van het slachtoffer ondersteunen en zal noodzakelijk zijn bij gebrek aan ander bewijs, bijvoorbeeld bij een ontkennende verdachte en ontbrekende getuigen. In zedenzaken is de bewijsvoering vaak complex omdat er zelden direct bewijs is en ook de vraag of er sprake is van een strafuitsluitingsgrond kan een lastige kwestie zijn.

Wat kan een advocaat betekenen?

Een advocaat speelt een cruciale rol, zowel voor verdachten als slachtoffers van verkrachting:

  1. Voor verdachten:

Een verdenking van artikel 248 Sr kan enkel afgedaan worden door de verdachte te dagvaarden om bij de rechter te verschijnen.

De straffen bij een veroordeling voor overtreding van artikel 248 Sr kunnen fors zijn. In ieder geval wordt – gelet op het taakstrafverbod – een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van ten minste één dag opgelegd. Het taakstrafverbod geldt voor misdrijven waarop een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld en die een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer ten gevolge hebben gehad. Voor de toekomst, en met name met betrekking tot de aanvraag van een VOG, kunnen de gevolgen van een veroordeling voor artikel 248 Sr groot zijn. Gelet hierop, is het van groot belang dat u zich laat bijstaan door een gespecialiseerde strafrechtadvocaat. Gelet op de belangen die op het spel staan is het verstandig dat u zich vooraf goed laat informeren. Het is van belang om vooraf te weten wat u kunt verwachten en welke verweren namens u gevoerd kunnen worden.

Onze advocaten zijn bereid om u ook pro deo bij te staan, mits u daarvoor in aanmerking komt gelet op de wettelijk vastgestelde inkomensgrenzen. U hoeft dan uitsluitend een kleine eigen bijdrage te betalen.

  • Voor slachtoffers:

Rechtsbijstand aan slachtoffers (en ouders) van zedenzaken is van enorm belang, niet alleen voor de algehele ondersteuning van het slachtoffer, maar ook voor de begeleiding door het juridische traject, bijstand bij de aangifte, vertegenwoordiging tijdens getuigenverhoren, het uitoefenen van het spreekrecht, de zitting tot aan het vonnis in hoger beroep. Een gespecialiseerde slachtofferadvocaat zorgt ervoor dat uw belangen gedurende het hele strafproces worden behartigd.

Slachtoffers van zedenzaken krijgen kosteloos rechtsbijstand van een advocaat. Dit betekent dat de inkomenspositie van het slachtoffer dus geen rol speelt bij de toegang tot deze noodzakelijke juridische ondersteuning en de begeleiding van het indienen van een schadevergoeding.

Conclusie

Verkrachting van 12-16 jarigen, zoals nu per 1 juli 2024 geregeld in artikel 248 Sr, is een ernstig zedendelict dat zware strafrechtelijke gevolgen kan hebben. Het onderscheidt zich van aanranding doordat er bij verkrachting sprake is van binnendringen. Er is geen sprake meer van huwelijksexcepties en deze oude bepalingen zijn dus geschrapt. Het taakstrafverbod is van toepassing en de straffen kunnen verhoogd worden als er sprake is van dwang, geweld, of dreiging. Er kan een beroep gedaan worden op een strafuitsluitingsgrond zoals geformuleerd in lid 3 en de algemene vuistregel dat, bij een gering leeftijdsverschil, een vrijwillig contact en een (seksuele) relatie in beginsel kan worden gesproken van een gelijkwaardige situatie tussen betrokkenen, dient meegewogen te worden. Zowel verdachten als slachtoffers (en hun ouders) dienen professionele juridische bijstand te zoeken om hun rechten te beschermen. Een advocaat is bijzonder raadzaam bij het bieden van de juiste verdediging of het verkrijgen van gerechtigheid.

Neem contact op met onze specialisten van AMBT Advocaten

Het eerste gesprek is, zonder enig voorbehoud, gratis zodat u nooit voor onaangename verrassingen komt te staan. Neem contact op via 085 – 0880471 of per mail [email protected]. U kunt onze advocaten ook bereiken via hun mobiele nummer (te vinden via hun profiel).

Bel 085 - 0880471 Plan een gratis gesprek in
Neem contact op