Al sinds 1986 heeft de wetgever de noodzakelijkheid van uitzonderingen vanwege overmacht ingezien. Als een schulduitsluitingsgrond en/of een rechtvaardigingsgrond zoals overmacht wordt aangenomen, kan een verdachte ontslagen worden van alle rechtsvervolging of vrijgesproken worden wanneer een bestanddeel van het delict niet wordt vervuld.

In artikel 40 Sr heeft de wetgever de rechter bij overmacht een uitzonderingsbevoegdheid verleend. De Hoge Raad heeft het bereik van overmacht ten opzichte daarvan zelfs uitgebreid met een ongeschreven schulduitsluitingsgrond.

In de jurisprudentie en de literatuur worden drie vormen van overmacht onderscheiden:

  • absolute overmacht als schulduitsluitingsgrond;
  • noodtoestand als rechtvaardigingsgrond;
  • psychische overmacht als schulduitsluitingsgrond.

Absolute overmacht

Bij absolute overmacht (vis absoluta) was het voor de verdachte feitelijk, fysiek, onmogelijk het strafbare feit niet te begaan. In de praktijk speelt absolute overmacht een zeer beperkte rol, omdat er meestal geen strafrechtelijk relevante gedraging is verricht en er niet snel wordt vervolgd. Deze overmachtsvorm speelt dus in uitzonderlijke zaken een rol.

Het gaat erom dat de verdachte juist geen keuzemogelijkheid had. Het moet gaan om een volstrekte onmogelijkheid, de fysieke onmacht, anders dan strafbaar te handelen. Er moet niet of nauwelijks wilsvrijheid bestaan waarop de strafrechtelijke aansprakelijkheid kan worden gebaseerd.

Enkele voorbeelden van absolute overmacht:

Iemand wordt door een ruit geduwd en wordt vervolgens vervolgd voor vernieling. De bestuurder die zijn rijbewijs niet kan tonen, omdat deze het rijbewijs niet bij zich heeft en niet kan voldoen aan de vordering van de politieambtenaar.

Wanneer voor een bewezenverklaring opzet of schuld is vereist, zal bij een geslaagd beroep op absolute overmacht de verdachte moeten worden vrijgesproken. In andere gevallen leidt een geslaagd beroep op absolute overmacht tot ontslag van alle rechtsvervolging.

Noodtoestand

Van de tweede vorm, noodtoestand, is volgens actuele jurisprudentie sprake als “in het algemeen gesproken – de verdachte van het strafbare feit – staande voor de noodzaak te kiezen uit onderling strijdige plichten en belangen, de zwaarstwegende heeft laten prevaleren”. Er zijn dus enkele (strenge) voorwaarden die een rol spelen bij een beroep op een noodtoestand. Het moet gaan om uitzonderlijke omstandigheden, er moet dus een keuze zijn geweest tussen een verbod, en een plicht en dan moet deze keuze ook de juiste keuze zijn geweest. Tot slot moet deze keuze proportioneel zijn en voldoen aan de subsidiariteitseis. Bij de subsidiariteit speelt  de vraagt wat van een specifieke verdachte gevergd mocht worden (de Garantenstellung) en ook culpa in causa kan aan een geslaagd beroep op noodtoestand in de weg staan.

Er hoeft bij een noodtoestand in de zin van artikel 40 Sr geen acuut conflict van plichten te zijn dat direct moet worden opgelost. Noodtoestand kan worden aangenomen bij een weloverwogen keuze waarvoor de tijd is genomen.

Zo kan noodtoestand een mogelijke uitzonderingsgrond bieden in gevallen van euthanasie (artikel 293 Sr) en hulp bij zelfdoding (artikel 294 Sr). Tot 2002 bestond er geen wettelijke bijzondere strafuitsluitingsgrond voor artsen bij euthanasie. Waar artsen zich (inmiddels) kunnen beroepen een wettelijke bijzondere rechtvaardigingsgrond in gevallen als deze, kunnen niet-artsen zich ‘in uitzonderlijke omstandigheden’ beroepen op noodtoestand. Vanwege die wettelijke grond kunnen dergelijke beroepen van niet-artsen volgens de Hoge Raad echter slechts ‘bij hoge uitzondering’ worden aanvaard, mede in het licht van het maatschappelijk debat. Ook is noodtoestand aanvaard bij hennepteelt (artikel 3B Opiumwet). In die zaak teelde de verdachte voor haar echtgenoot zijn ziekteverschijnselen van MS. Het belang van de verdachte woog zwaarder dan het maatschappelijk belang bij naleving van de Opiumwet.

Psychische overmacht

De derde vorm van overmacht is psychische overmacht (schulduitsluitingsgrond). Daarbij stond de verdachte voor een belangenconflict, maar heeft hij daaruit niet de juiste keuze gemaakt (het handelen was niet proportioneel, of er was een minder vergaand middel), hetgeen is veroorzaakt door wilsonvrijheid en niet verwijtbaar is. Het criterium van de Hoge Raad is ‘een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden’.

Er moet sprake zijn van bijzondere, “zeer prangende omstandigheden” waardoor de drang wordt uitgeoefend. De eisen aan psychische overmacht zijn streng. De rechter moet de omstandigheden “voldoende dwingend” vinden. Uiteraard speelt ook hier de proportionaliteit, subsidiariteit, Garantenstellung en culpa een causa een rol in het feitencomplex.

Bij de beoordeling van eventuele psychische overmacht speelt dus de vraag of de gemiddelde mens aan de van buiten komende drang weerstand zou kunnen bieden een belangrijke rol. Mocht er sprake zijn van een verdachte, die aan een psychische stoornis lijdt, dan kunnen vaak niet dezelfde eisen worden gesteld als aan de gemiddelde mens, en mede daarom wordt ook vaak het plegen van een strafbaar feit onder invloed van een stoornis primair beoordeeld onder ontoerekeningsvatbaarheid. Niettemin heeft de Hoge Raad geoordeeld dat bij de beoordeling van psychische overmacht rekening mag worden gehouden met de persoonlijkheid van de verdachte, waardoor de invloed van een stoornis op het strafbare feit soms ook relevant is voor de beoordeling of sprake is van psychische overmacht (HR 6 december 2011, NJ 2012/591).

Wat kan een advocaat betekenen?

Een strafrechtadvocaat speelt een bijzonder belangrijke rol bij een beroep op de schulduitsluitingsgrond en/of rechtvaardigingsgrond overmacht. Aan de hand van het feitencomplex zal onderzocht moeten worden of een geslaagd beroep op deze schulduitsluitingsgrond kans van slagen heeft. De factoren die daarbij afgewogen moeten worden zijn 1) Het feit moet in verhouding staan tot de erdoor geschonden belangen (proportionaliteit) en 2) de verdachte mag geen andere, minder ingrijpende mogelijkheden hebben gehad (subsidiariteit), 3) de rechter weegt mee wat van een specifieke verdachte gevergd mocht worden (Garantenstellung) en of 4) hij/zij zichzelf verwijtbaar in de situatie heeft gebracht waarin hij/zij het strafbare feit pleegde (culpa in causa).

Gelet hierop, is het van groot belang dat u zich laat bijstaan door een gespecialiseerde strafrechtadvocaat. Onze advocaten zijn bereid om u ook pro deo bij te staan, mits u daarvoor in aanmerking komt gelet op de wettelijk vastgestelde inkomensgrenzen. U hoeft dan uitsluitend een kleine eigen bijdrage te betalen.

Conclusie

Als een schulduitsluitingsgrond en/of rechtvaardigingsgrond zoals overmacht wordt aangenomen, kan een verdachte ontslagen worden van alle rechtsvervolging of vrijgesproken worden wanneer een bestanddeel niet wordt vervuld. Een gespecialiseerde strafrechtadvocaat is essentieel om een goed juridisch verweer te voeren en te zorgen dat een verdachte niet onterecht wordt veroordeeld.

Neem contact op met onze specialisten van AMBT Advocaten

Het eerste gesprek is, zonder enig voorbehoud, gratis zodat u nooit voor onaangename verrassingen komt te staan. Neem contact op via 085 – 0880471 of per mail [email protected]. U kunt onze advocaten ook bereiken via hun mobiele nummer (te vinden via hun profiel).

Bel 085 - 0880471 Plan een gratis gesprek in
Neem contact op