Opzetverkrachting is een zedendelict waarbij sprake is van seksuele handelingen, terwijl diegene weet dat bij die persoon daartoe de wil ontbreekt. Vóór 1 juli 2024 was verkrachting vastgelegd in artikel 242 Sr (oud) en op en na 1 juli 2024 is verkrachting opgedeeld in verschillende nieuwe artikelen: 242 (schuldverkrachting), 243 (opzetverkrachting), 246 (verkrachting 16-18 jarige), 248 (verkrachting 12-16 jarige), en artikel 250 (verkrachting onder de 12 jaren). In dit artikel zullen we de opzetverkrachting op grond van artikel 243 (nieuw) behandelen zoals die sinds 1 juli 2024 van kracht is.

Opzetverkrachting

In artikel 243 Sr (nieuw) worden opzetverkrachting (eerste lid) en gekwalificeerde opzetverkrachting (tweede lid) strafbaar gesteld:

  1. Als schuldig aan opzetverkrachting wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie, degene die met een persoon seksuele handelingen verricht, welke handelingen bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl diegene weet dat bij die persoon daartoe de wil ontbreekt.
  2. Als schuldig aan gekwalificeerde opzetverkrachting wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie, degene die zich schuldig maakt aan het misdrijf omschreven in het eerste lid, voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging.

Het enige verschil met de delictsomschrijving van schuldverkrachting is dat voor strafbaarheid van opzetverkraching wetenschap van de ontbrekende wil van de ander is vereist. Daarvan is sprake indien diegene daadwerkelijk weet dat de wil hiertoe bij de ander ontbreekt, maar ook indien diegene zich bewust is van de mogelijk ontbrekende wil van de ander en daarmee dus bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de desbetreffende seksuele handelingen plaatsvinden terwijl bij de ander de wil daartoe ontbreekt. Het tweede lid stelt opzetverkrachting voorafgegaan door, vergezeld van, of gevolgd door dwang, geweld of bedreiging strafbaar onder de kwalificatie gekwalificeerde opzetverkrachting. Dit is de rechtsopvolger van het oude artikel 242 Sr (verkrachting) van voor 1 juli 2024.

Op grond van artikel 239 Sr (nieuw) vallen ook handelingen van derden onder de reikwijdte van het delict (gekwalificeerde) opzetverkrachting.

Verschil met opzetaanranding

Het enige verschil met de delictsomschrijving van opzetaanranding op grond van artikel 241 Sr (nieuw) betreft de aanwezigheid van het bestanddeel “welke handelingen bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam”. Deze formulering is overgenomen uit het huidige artikel 242 Sr (oud) dat verkrachting strafbaar stelt. De inmiddels verouderde jurisprudentie over binnendringen is derhalve nog steeds actueel.

Conform de uitleg die de Hoge Raad geeft aan het bestanddeel “handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam” wordt hieronder steeds verstaan:

  1. geslachtsgemeenschap;
  2. een wat betreft de ernst van de inbreuk op de seksuele integriteit daarmee vergelijkbare gedraging,
  3. een handeling die in redelijkheid op één lijn kan worden gesteld met de onder 1 of 2 genoemde handelingen. Hierbij kan het gaan om seksuele penetratie die bestaat uit orale, anale of vaginale penetratie van het lichaam.

In de rechtspraak is onder meer geoordeeld dat vaginale penetratie met een vinger of met een attribuut en orale penetratie met een geslachtdeel kunnen worden aangemerkt als seksueel binnendringen van het lichaam. Vormen van orale, vaginale of anale penetratie van het lichaam die niet onder de hiervoor genoemde criteria vallen kunnen worden aangemerkt als seksuele handelingen. Een vorm van orale penetratie van het lichaam die niet als seksueel binnendringen van het lichaam wordt gezien betreft de tongzoen.

Voorwaarden opzetverkrachting

Voor het bewijs van de wetenschap van een “ontbrekende wil” zijn de omstandigheden waaronder het seksuele contact plaatsvindt van belang. Als de ander aangeeft in woord iets niet te willen dan is het duidelijk. Lastiger wordt het bij lichaamstaal, zoals bijvoorbeeld bij een fysieke bevriezingsreactie. Van wetenschap van een ontbrekende wil bij de ander “is in het algemeen sprake als die ander met duidelijke verbale of non-verbale signalen te kennen geeft het seksuele contact niet op prijs te stellen en de initiator zet het contact toch voort”. Als kan worden vastgesteld dat diegene die het seksuele contact aangaat, aan deze woorden of de negatieve lichaamstaal, geen enkele boodschap heeft dan is er sprake van opzetverkrachting. Het totaal onverwachts iemand op seksuele wijze betasten getuigt van opzettelijk handelen. Immers, de verdachte is zich bewust van de aantasting van de seksuele integriteit en wil de ander niet de ruimte geven om daarover zijn of haar wil te uiten (dit wordt weer anders als het per ongeluk is).

Tot slot is van wetenschap van een ontbrekende wil ook sprake als die ander in een staat verkeert waarin geen vrije positieve wilsuiting mogelijk is (geestelijke of lichamelijke onmacht). Hierbij valt te denken aan slaap, bewusteloosheid zoals bij een roes van alcohol en/of drugs maar ook een handicap of aandoening (een stoornis). Het komt erop neer dat wanneer er sprake is van een onvermogen tot een vrije positieve wilsuiting bij de ander, er wordt afgezien van seksueel contact. Opzettelijk handelen kan ook aan de orde kan zijn is als sprake is van een functionele afhankelijkheidsrelatie en daardoor de partijen zich zeer ongelijkwaardig tot elkaar verhouden. Bij seksueel contact in de context van een juridisch geformaliseerde gezagsrelatie dan wel een professionele hulpverlenings- of zorgrelatie als bedoeld in artikel 254, eerste lid, onder b Sr is een ontbrekende vrije wil bij de ondergeschikte ten aanzien van seksueel verkeer in beginsel gegeven, omdat – kort gezegd – de vrijheid van handelen van die persoon tegenover de bovengeschikte wezenlijk is beperkt door het gezag of het psychisch overwicht dat die laatste aan diens functie ontleent. In andere gevallen zal op de vraag of de functionele afhankelijkheidsrelatie zodanig is dat daardoor de wilsbepaling bij de ondergeschikte ten aanzien van seksueel contact met een bovengeschikte niet in vrijheid tot stand is gekomen, afhangen van de omstandigheden van het geval.

Voorwaarden gekwalificeerde opzetverkrachting

In het tweede lid wordt opzetverkrachting door dwang, geweld of bedreiging strafbaar gesteld. In dit lid wordt tot uitdrukking gebracht dat er een relatie in tijd moet bestaan tussen de seksuele handelingen en het gebruik van dwang, geweld en bedreiging. Er dient sprake te zijn van een bepaalde samenhang tussen de verrichte seksuele handelingen en deze begeleidende omstandigheden. De beoordeling hiervan vindt plaats aan de hand van de omstandigheden van het geval.

Voor de strafverzwarende omstandigheid dwang komt een wat lager bewijsvereiste te gelden. Het volstaat dat zodanige pressie op een ander is uitgeoefend dat die ander daardoor niet of in verminderde mate de mogelijkheid heeft gehad een vrije keuze te maken. Die pressie kan een veelheid aan gedaanten aannemen en kan worden uitgeoefend met gebruik van verschillende middelen.

Bij het een ander onmogelijk maken anders te handelen kan worden gedacht aan het veroorzaken van een fysiek beletsel, zoals vastbinden, opsluiten, in het nauw drijven, emotionele chantage, overrompelen of iemand meevoeren naar een verlaten plek. Met geweld wordt gedoeld op de uitoefening van kracht. De krachtsaanwending dient zodanig te zijn dat het slachtoffer hiervan fysieke gevolgen ondervindt. De kracht kan worden uitgeoefend met behulp van het eigen lichaam, maar bijvoorbeeld ook met een voorwerp. Met het plegen van geweld wordt ingevolge artikel 81 Sr gelijkgesteld het brengen in een staat van bewusteloosheid of onmacht. Het bedwelmen van iemand, zoals drogeren, levert geweld op indien dit heeft geleid tot een staat van bewusteloosheid of onmacht. Voor bedreiging kan het de vorm aannemen van daden of het uiten van bedreigende taal. Vereist is dat, gegeven de feiten en omstandigheden, bij het slachtoffer de vrees kon ontstaan voor uitvoering van het dreigement. Bij dreigementen in de vorm van daden kan worden gedacht aan het dreigen met een (vuur)wapen en bij mondelinge bedreiging valt te denken aan het uiten van doodsbedreigingen of bedreigingen met geweld (kan ook tegen een ander dan het slachtoffer zijn) maar wel met het doel om het slachtoffer tot iets te bewegen.

Wat zijn de straffen voor opzetverkrachting?

Opzetverkrachting is een zwaar misdrijf met zware straffen. Het betreft een situatie waarin een persoon tegen zijn of haar zin gedwongen wordt om seks te hebben. Dit zedendelict vormt een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit en wordt daarom beschouwd als een zwaar misdrijf. Bij een veroordeling wegens verkrachting is in de regel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de orde, vaak met bijzondere voorwaarden en een lange proeftijd. Het taakstrafverbod is bij de opzetvariant van toepassing. De wettelijke maximumstraf voor opzetverkrachting is gesteld op zes jaren gevangenisstraf (of een geldboete van de vierde categorie). Op de gekwalificeerde variant van opzetverkrachting komt een strafmaximum van acht jaren gevangenisstraf te staan (of een geldboete van de vijfde categorie).

Uiteraard komt er bij een veroordeling een aantekening op het strafblad waardoor bepaalde beroepen nooit meer uitgeoefend kunnen worden (een beroepsverbod ligt overigens ook in de rede als bijkomende straf). In de regel zal er een schadevergoeding aan het slachtoffer moeten worden betaald en een tijdelijk gebiedsverbod/contactverbod is ook niet onwaarschijnlijk.

Voor een poging tot opzetverkrachting (oftewel een verkrachting die voor de feitelijke penetratie afgebroken wordt) wordt de maximumstraf met 1/3 verminderd.

Wat is belangrijk in de bewijsvoering?

De nieuwe delicten hebben gevolgen voor de bewijsvoering. Voor een veroordeling voor opzetverkrachting, is onder lid 1 niet nodig dat er bewijs is van dwang. Er hoeft dus niet meer bewezen te worden dat een slachtoffer zich heeft verzet of zich niet kon onttrekken aan de seksuele handelingen. Evenmin hoeft te worden bewezen dat het opzet van de verdachte hierop gericht was. Het gevolg is dat slachtoffers in meer gevallen aangifte kunnen doen van een strafbaar feit. De verlaging van de bewijsdrempel brengt ook mee dat politie en het Openbaar Ministerie ruimere mogelijkheden zullen hebben om zaken op te pakken. Het onderzoek zal zich richten op aanwijzingen voor feiten en omstandigheden die duiden op een ontbrekende wil, zoals duidelijk aanwezige contra-indicaties of evidente signalen die het slachtoffer heeft afgegeven en die de verdachte eventueel heeft genegeerd.

Steunbewijs, zoals sporen op het lichaam, camerabeelden of WhatsApp-berichten, kan de lezing van het slachtoffer ondersteunen en zal noodzakelijk zijn bij gebrek aan ander bewijs, bijvoorbeeld bij een ontkennende verdachte en ontbrekende getuigen.

De vraag of er sprake is van opzet of zware schuld zal voortvloeien uit de mentale houding van de verdachte ten aanzien van het ontbreken van de wil bij de ander. Daarmee is onvermijdelijk dat zich in de praktijk op het vlak van de bewijsvoering moeilijke grensgevallen zullen gaan voordoen bij de vraag of er sprake is van schuldverkrachting of opzetverkrachting.

Wat kan een advocaat betekenen?

Een advocaat speelt een cruciale rol, zowel voor verdachten als slachtoffers van opzetverkrachting:

  1. Voor verdachten:

Een verdenking van artikel 243 Sr (nieuw) kan enkel afgedaan worden door de verdachte te dagvaarden om bij de rechter te verschijnen. Een verdenking van opzetverkrachting op grond van het nieuwe artikel 243 Sr is complex omdat de mentale houding van de verdachte ten aanzien van het ontbreken van de wil bij de ander dient te worden bepaald aan de hand van de omstandigheden van het geval.

De straffen bij een veroordeling voor overtreding van artikel 243 Sr kunnen fors zijn. In ieder geval wordt – gelet op het taakstrafverbod – een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van ten minste één dag opgelegd. Het taakstrafverbod is ingevoerd bij de opzetvariant en niet bij de schuldvariant. Voor de toekomst, en met name met betrekking tot de aanvraag van een VOG, kunnen de gevolgen van een veroordeling voor artikel 243 Sr groot zijn. Gelet hierop, is het van groot belang dat u zich laat bijstaan door een gespecialiseerde strafrechtadvocaat. Zeker gelet op de belangen die op het spel staan is het verstandig dat u zich vooraf goed laat informeren. Het is van belang om vooraf te weten wat u kunt verwachten en welke verweren namens u gevoerd kunnen worden.

Onze advocaten zijn bereid om u ook pro deo bij te staan, mits u daarvoor in aanmerking komt gelet op de wettelijk vastgestelde inkomensgrenzen. U hoeft dan uitsluitend een kleine eigen bijdrage te betalen.

  • Voor slachtoffers:

Rechtsbijstand aan slachtoffers van zedenzaken is van enorm belang, niet alleen voor de algehele ondersteuning van het slachtoffer, maar ook voor de begeleiding door het juridische traject, bijstand bij de aangifte, vertegenwoordiging tijdens getuigenverhoren , het uitoefenen van het spreekrecht, de zitting tot aan het vonnis in hoger beroep. Een gespecialiseerde slachtofferadvocaat zorgt ervoor dat uw belangen gedurende het hele strafproces worden behartigd.

Slachtoffers van zedenzaken krijgen kosteloos rechtsbijstand van een advocaat. Dit betekent dat de inkomenspositie van het slachtoffer dus geen rol speelt bij de toegang tot deze noodzakelijke juridische ondersteuning en de begeleiding van het indienen van een schadevergoeding.

Conclusie

Opzetverkrachting in het eerste lid, is eenvoudiger te bewijzen dan vóór 1 juli 2024 omdat niet meer hoeft komen vast te staan dat de verdachte opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer seksuele handelingen tegen de (kenbare) wil ondergaat en dat dit onvermijdbaar voor het slachtoffer is geweest. Opzetverkrachting, zoals geregeld in artikel 243 Sr, is een ernstig zedendelict dat zware strafrechtelijke gevolgen kan hebben. Het strafrechtelijk onderzoek zal zich richten op aanwijzingen voor feiten en omstandigheden die duiden op een ontbrekende wil, zoals duidelijk aanwezige contra-indicaties of evidente signalen die het slachtoffer heeft afgegeven en die de verdachte bewust (onverschillig) heeft genegeerd. Zowel verdachten als slachtoffers dienen professionele juridische bijstand te zoeken om hun rechten te beschermen. Een advocaat kan van onschatbare waarde zijn bij het bieden van de juiste verdediging of het verkrijgen van gerechtigheid. Onze specialisten zullen

Neem contact op met onze specialisten van AMBT Advocaten

Het eerste gesprek is, zonder enig voorbehoud, gratis zodat u nooit voor onaangename verrassingen komt te staan. Neem contact op via 085 – 0880471 of per mail [email protected]. U kunt onze advocaten ook bereiken via hun mobiele nummer (te vinden via hun profiel).

Bel 085 - 0880471 Plan een gratis gesprek in
Neem contact op