Het vergoedingsrecht is een juridisch recht dat ontstaat wanneer iemand geld of goederen uit zijn privévermogen gebruikt voor iets dat (gedeeltelijk) aan een ander toebehoort. Dit komt vaak voor bij samenwoners, gehuwden en geregistreerd partners. In dit artikel leggen we uit wat het vergoedingsrecht inhoudt, in welke situaties het speelt, welke soorten vergoedingsrechten er zijn en hoe deze geëffectueerd kunnen worden.
Wat is een vergoedingsrecht?
Een vergoedingsrecht ontstaat wanneer één partij kosten of investeringen heeft gedaan die hij/zij heeft gedaan in het vermogen van de andere partner. Wanneer een partner een bedrag uit zijn of haar privé vermogen heeft ingebracht of verbeteringen heeft aangebracht aan goederen die tot het vermogen van de andere partner behoren, kan er een vergoedingsrecht ontstaan. Het hangt af van de afspraken die partijen hebben gemaakt welke leer op het vergoedingsrecht van toepassing is.
Het vergoedingsrecht geeft in zo’n geval recht op terugbetaling, vaak op het moment dat het vermogen verdeeld wordt, bij een echtscheiding, of een ontbinding geregistreerd partnerschap. De wettelijke basis hiervoor is te vinden in artikel 1:87 lid 1, die ziet op het privévermogen van de één waarmee wordt geïnvesteerd in het privévermogen van de ander, en 1:95 en 1:96 van het Burgerlijk Wetboek. Deze artikelen regelen onder andere het onderscheid tussen privé- en gemeenschappelijk vermogen, en wat er gebeurt als deze vermogens met elkaar vermengd raken. Wanneer (deels) met privévermogen van één van de partners geïnvesteerd wordt in het privévermogen van de ander (artikel 1:87 lid 1) ontstaat er een vergoedingsrecht. Indien (deels) met privévermogen van één van de partners een gemeenschappelijk goed wordt aangewend (artikel 1:95 lid 2 BW) of wanneer (deels) met privévermogen van één van de partners wordt afgelost op een gemeenschapsschuld (artikel 1:96 lid 4 BW), ontstaat eveneens een vergoedingsrecht.
Het is dus belangrijk om de investeringen over en weer goed te documenteren, in het kader van een mogelijke verdeling.
In welke situaties speelt het vergoedingsrecht een rol?
Vergoedingsrecht bij echtscheiding en ontbinding geregistreerd partnerschap
Bij een echtscheiding of een ontbinding moet het vermogen verdeeld worden. Als één van de partners met privévermogen heeft bijgedragen aan gezamenlijke bezittingen, zoals een woning of bedrijf, kan hij of zij een beroep doen op het vergoedingsrecht. Een veelvoorkomende situatie is dat één partner een erfenis gebruikt om de hypotheek op de gezamenlijke woning af te lossen. Dat geld blijft privévermogen, en de ander moet daarvoor mogelijk een vergoeding betalen. Uiteraard is het ook mogelijk dat een partner heeft geïnvesteerd in het privévermogen van de andere partner en ook dan kan er sprake zijn van een vergoedingsrecht. Zowel bij een echtscheiding als bij een ontbinding van een geregistreerd partnerschap is er een wettelijke basis. Bij samenwoners ligt het anders.
Vergoedingsrecht samenwoners
Bij samenwoners komt het vergoedingsrecht vaak voor, ondanks dat er bij samenwonen geen wettelijke gemeenschap van goederen ontstaat. Als één van de partners investeert in een woning die op naam van de ander staat, kan er een vergoedingsrecht ontstaan maar de samenwoners kunnen zich niet beroepen op de wettelijke grondslag van boek 1 BW.
Wellicht hebben partijen een samenlevingscontract afgesloten waarin bepalingen zijn opgenomen over het vergoedingsrecht. Wanneer partijen geen overeenkomst hebben en/of geen afspraken gemaakt over een vergoedingsrecht dan kan één van de partijen, afhankelijk van de situatie een beroep doen op het leerstuk van de ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 BW), onverschuldigde betaling (artikel 6:203 BW), onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW), de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW), en/of hoofdelijkheid (artikel 6:10 BW).
Het is verstandig om als samenwoners afspraken schriftelijk vast te leggen, bijvoorbeeld in een samenlevingscontract.
Vergoedingsrecht bij huwelijkse voorwaarden
Stellen die huwelijkse voorwaarden hebben opgesteld, sluiten vaak een gemeenschap van goederen uit. Daardoor blijven bezittingen en schulden privé. Toch kunnen ook dan vermogens door elkaar lopen. Wanneer de ene partner bijvoorbeeld investeert in het bedrijf van de ander, kan er alsnog een vergoedingsrecht ontstaan. Huwelijkse voorwaarden bevatten (meestal) een regeling over hoe zulke situaties beoordeeld moeten worden.
Soorten vergoedingsrechten
Nominaal vergoedingsrecht
Een nominaal vergoedingsrecht houdt in dat het exacte bedrag dient te worden terugbetaald dat de partner heeft ingebracht, zonder rekening te houden met waardeveranderingen. Deze leer wordt vaak toegepast tussen samenwoners, tenzij ze anders zijn overeengekomen.
Voorbeeld: Een partner investeert € 10.000 voor een verbouwing. Wanneer er sprake is van een nominaal vergoedingsrecht dan dient het bedrag ad. € 10.000 te worden terugbetaald, ook al is de woning inmiddels meer waard geworden.
Vergoedingsrecht volgens de beleggingsleer
De beleggingsleer gaat ervan uit dat het geïnvesteerde bedrag meegroeit (of daalt) met de waarde van het goed waarin is geïnvesteerd.
Voorbeeld: stel dat de partner van het privé vermogen € 10.000 in de koopwoning van de partner heeft geïnvesteerd, en die woning is inmiddels verdubbeld in waarde dan bestaat er een recht op een evenredig deel van die waardestijging. In deze casus betekent dat, dat er een recht bestaat op € 20.000.
Kort en goed, met de nominale leer krijgt men altijd het bedrag terug dat is geïnvesteerd en dat beidt zekerheid en de beleggingsleer hangt af van waardestijgingen/dagingen en/of rendement. Sinds 1 januari 2012 geldt volgens de wet de beleggingsleer, maar het is mogelijk om hier van af te wijken bij huwelijkse voorwaarden.
Veelgestelde vragen over het vergoedingsrecht
Wanneer heb ik recht op een vergoedingsrecht
Het vergoedingsrecht geeft recht op compensatie wanneer er vermogensverschuivingen zijn geweest van privé naar gemeenschappelijk of van privé naar privé. In principe wordt aansluiting gezocht bij de beleggingsleer tenzij daar andersluidende afspraken over zijn gemaakt in een samenlevingsovereenkomst, partnerschapsvoorwaarden of huwelijkse voorwaarden. Wanneer er een beroep wordt gedaan op het vergoedingsrecht zal dit wel ondersteund moeten worden met een uitdrukkelijke erkenning van de andere partner en/of bankafschriften, notariële aktes of schriftelijke afspraken.
Wanneer verjaart een vergoedingsvordering tussen samenwoners?
Voor de vergoedingsrechten tussen echtgenoten/geregistreerde partners geldt geen korte verjaringstermijn van vijf jaren vanaf het moment dat de vergoeding van de ene partner op de andere partner opeisbaar wordt. Daaraan ligt de overweging ten grondslag dat van echtgenoten/partners niet kan worden verwacht dat zij tijdens het huwelijk of de registratie rechtsmaatregelen tegen elkaar treffen. De algemene verjaringstermijn van twintig jaar uit artikel 3:306 BW is van toepassing op het vergoedingsrecht.
Bij beëindiging van de samenleving is het verstandig om niet te lang te wachten met het opeisen van vergoedingsrechten en dat moet wel binnen de verjaringstermijn van vijf jaren.
Wat is een natuurlijke verbintenis?
Een uitzondering op het ontstaan van een vergoedingsrecht voor zowel de samenwoners, als gehuwden/geregistreerd partners vormt de natuurlijke verbintenis. Hiervan is sprake als iemand een dwingende verplichting heeft om een bepaalde prestatie te leveren, zonder daar iets voor terug te krijgen. Als één van de partners uit zichzelf een bedrag verstrekt voor de ander dan is er door die voldoening van een natuurlijke verbintenis geen ruimte meer voor een vergoedingsrecht.
Wat als de gemeenschap geen verhaal (meer) biedt?
Het kan voorkomen dat de gemeenschap geen verhaal meer biedt maar dan kan gelukkig de partner zijn of haar privé vermogen worden aangesproken.
Wanneer een advocaat inschakelen?
Wanneer het gaat om vermogensafwikkeling dan is het verstandig om een personen- en familierechtadvocaat te raadplegen als:
- er sprake is van samenwoners zonder samenlevingsovereenkomst maar wel van gezamenlijke investeringen;
- er discussies ontstaan over investeringen in een woning of onderneming;
- het gaat om de nominale of de beleggingsleer;
- als een geregistreerde partner of echtgenoot aanspraak wil maken op een vergoedingsrecht;
- de andere partij het bestaan of de omvang van een vergoedingsrecht betwist;
- juridische hulp gewenst is bij het opstellen van een samenlevingscontract of huwelijkse voorwaarden;
- er sprake is van verjaringskwesties.
Een advocaat kan snel beoordelen of er een recht bestaat op een vergoedingsrecht, welke juridische stappen nodig zijn en welke onderbouwing vereist is. Wacht bij twijfel niet te lang want bij vergoedingsrechten tussen samenwoners geldt een verjaringstermijn van vijf jaren





