De Gedragsbeïnvloedende en Vrijheidsbeperkende Maatregel (GVM) is een strafrechtelijke maatregel die door de rechter kan worden opgelegd aan personen die strafbare feiten hebben gepleegd en waarvan wordt aangenomen dat ze zonder toezicht of beperkingen een gevaar vormen voor de samenleving. De maatregel is bedoeld om recidive te voorkomen en gedragsverandering te bevorderen door middel van intensief toezicht en vrijheidsbeperkende voorwaarden. De GVM kan alleen worden opgelegd als deze wordt gecombineerd met ofwel een gevangenisstraf ofwel een tbs-maatregel. Daarnaast kunnen andere sancties worden opgelegd.
De GVM is geregeld in artikel 38z en verder van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en is een aanvullende straf op zware sancties zoals detentie of TBS in het kader van toezicht.
Wanneer kan de GVM maatregel worden opgelegd?
Deze wet is bedoeld ter verzachting van maatschappelijke onrust en gevoelens van onveiligheid die zouden ontstaan als personen die zijn veroordeeld voor een zwaar gewelds- of zedenmisdrijf weer terugkeren in de maatschappij. De wet beoogt het mogelijk te maken dat veroordeelden, ook na hun vrijlating, onder toezicht van de reclassering worden geplaatst om herhalingsgevaar verder in te perken. In artikel 38z Sr staat het volgende:
Ter bescherming van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen kan de rechter, ambtshalve of op vordering van het Openbaar Ministerie, een verdachte een maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking opleggen.
- ter beschikking wordt gesteld als bedoeld in de artikelen 37a, 37b of 38;
- wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf, of een gevangenisstraf waarvan een gedeelte niet zal worden ten uitvoer gelegd, wegens een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen en waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld;
- wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf, of een gevangenisstraf waarvan een gedeelte niet zal worden ten uitvoer gelegd, wegens een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf als omschreven in de artikelen 251 tot en met 253, 273f, 317, eerste lid.
De rechter kan dus een GVM opleggen als er TBS (al dan niet met voorwaarden) wordt opgelegd. De rechter heeft deze bevoegdheid bijvoorbeeld ook als iemand wordt veroordeeld wegens een gewelds- of zedendelict, terwijl daar een strafbedreiging van vier jaar of meer op staat.
Omdat de recidive na een periode van TBS en/of detentie niet op voorhand valt in te schatten heeft de wetgever bedacht dat een opgelegde GVM alleen tenuitvoergelegd wordt als de rechter tegen het einde van de straf of maatregel ook daadwerkelijk daartoe besluit. De officier van justitie zal dus tijdig een vordering moeten indienen. Wanneer de rechter een last tot tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde GVM afgeeft, dient de rechter de duur te bepalen en stelt de rechter de voorwaarden vast. De oplegging door de rechtbank van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel, hoeft dus niet te betekenen dat deze na de vrijheidsontneming daadwerkelijk ten uitvoer wordt gelegd. De rechter kan hiervan uiteindelijk van afzien als met succes wordt betoogd dat eventueel herhalingsgevaar voldoende is ingedamd. Op grond van lid 2 van artikel 38z Sr dient bij de vordering tot oplegging van de maatregel een recent opgemaakt, met redenen omkleed en ondertekend advies overgelegd worden van een reclasseringsinstelling. Wanneer de maatregel met als voorwaarde opname in een zorginstelling opgelegd wordt dan dient daar tevens een medische verklaring aan ten grondslag te liggen.
Staan er rechtsmiddelen open tegen de tenuitvoerlegging van de GVM?
Ja, tegen de beslissing tot tenuitvoerlegging staat hoger beroep open. Een last tot tenuitvoerlegging van de maatregel kan afgegeven worden voor een periode van minimaal twee en maximaal vijf jaar en kan telkens door de rechter worden verlengd met een periode van minimaal twee, en maximaal vijf jaar. Levenslang toezicht is derhalve mogelijk. Tegen elke verlengingsbeslissing staat weer hoger beroep open. Tot slot kan om beëindiging of wijziging van de voorwaarden worden gevraagd, tegen welke beslissing ook weer hoger beroep openstaat.
Wat als de GVM-voorwaarden niet worden nageleefd?
De rechter bepaalt in het vonnis de duur van de vervangende hechtenis die ten hoogste ten uitvoer wordt gelegd voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten minste drie dagen. De totale duur van de vervangende hechtenis bedraagt per opgelegde periode ten hoogste zes maanden. Let op: De vervangende hechtenis geldt niet als vervanging van de opgelegde maatregel. Bij elke verlenging van de maatregel gaat een nieuwe maximumduur van zes maanden vervangende hechtenis lopen.
Welke rol speelt een advocaat
Een advocaat is onmisbaar in zaken waarin een GVM wordt overwogen:
Ten eerste zal de advocaat beoordelen of aan de voorwaarden voor de GVM wordt voldaan, en deze toetsen aan het EVRM. Mogelijk levenslang toezicht en een GVM die wordt opgelegd nadat er al straf is gewezen is twijfelachtig. De GVM lijkt vooral een politiek karakter in zich te dragen maar wordt steeds meer in strafzaken opgelegd. Laat u derhalve door een strafrechtspecialist bijstaan. De ervaring leert dat de GVM voor veel procespartijen een moeilijk onderwerp is en dat de rechterlijke macht juist tot terughoudendheid gehouden zou moeten zijn. De strafrechtadvocaat kan u bijstaan in de strafzaak maar ook in de procedures over het verloop, en de inhoud van een GVM, want het is lastige materie. Tot slot zal de raadsman u ondersteunen in een hoger beroep of wanneer er vervangende hechtenis wordt opgelegd.
Conclusie
De Gedragsbeïnvloedende en Vrijheidsbeperkende Maatregel (GVM) is een maatregel die intensief toezicht en gedragsinterventies. De rechter kan een GVM opleggen als er TBS (al dan niet met voorwaarden) wordt opgelegd. De rechter heeft deze bevoegdheid bijvoorbeeld ook als iemand wordt veroordeeld wegens een gewelds- of zedendelict, terwijl daar een strafbedreiging van vier jaar of meer op staat. Het is een maatregel om (verder) recidive te voorkomen en de samenleving te beschermen. De GVM kan minimaal voor twee jaar opgelegd worden maar ook voor maximaal vijf jaar worden opgelegd en worden verlengd met eenzelfde termijn. Deze kan dus onbeperkt worden verlengd zolang het risico op recidive aanwezig is. Wanneer de rechter een last tot tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde GVM afgeeft kan een gespecialiseerde strafrechtadvocaat daartegen verweer voeren, om opheffing/wijziging verzoeken, verweren tegen de verlenging en eventueel hoger beroep instellen.





