Schade kan op allerlei manieren ontstaan. Soms gebeurt dat door iemand die zelf geen verwijt treft, zoals een kind of een dier. Toch moet de schade in zulke gevallen door de ouder of de bezitter worden vergoed. Dat komt door de zogenoemde risicoaansprakelijkheid. Maar wat betekent dit precies, en wie is aansprakelijk bij schade? In dit artikel leggen we uit hoe risicoaansprakelijkheid werkt, wanneer iemand als ouder of bezitter verantwoordelijk is, en wat de mogelijke gevolgen zijn.

Wat is risicoaansprakelijkheid?

Risicoaansprakelijkheid betekent dat iemand aansprakelijk kan zijn voor schade omdat er sprake is van een bepaalde hoedanigheid zoals een ouder van een kind, of bezitter van een dier. Het gaat bij risicoaansprakelijkheid dus niet over schuld maar om een kwalitatieve aansprakelijkheid. Iemand is aansprakelijk voor de schade die door een ander wordt veroorzaakt zonder dat de aangesprokene dus zelf enig verwijt treft. Dit betekent dat de wet expliciet bepaalt in welke gevallen iemand zonder schuld aansprakelijk is. De kern van risicoaansprakelijkheid situeert zich in het Burgerlijk Wetboek. De belangrijke wetsartikelen over risicoaansprakelijkheid zijn hieronder weergegeven;

  • Artikel 6:169 BW: aansprakelijkheid voor kinderen
  • Artikel 6:170 BW: aansprakelijkheid werkgever
  • Artikel 6:171 BW: aansprakelijkheid voor niet-ondergeschikten
  • Artikel 6:172 BW: aansprakelijkheid voor vertegenwoordigers bij rechtshandelingen.
  • Artikel 6:173 BW: aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken.
  • Artikel 6:174 BW: opstalaansprakelijkheid
  • Artikel 6:175 BW: aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen.
  • Artikel 6:179 BW: aansprakelijkheid van de bezitter van een dier.
  • Artikel 185 WVW: Aansprakelijkheid van gemotoriseerde verkeersdeelnemers voor schade aan zwakkere verkeersdeelnemers (zoals voetgangers en fietsers).

De gedachte achter de risicoaansprakelijkheid is om aan de ene kant de slachtoffers goed te beschermen en aan de andere kant de verantwoordelijkheid neer te leggen bij diegene die het meeste controle heeft over het risico. Door deze risicoaansprakelijkheid moeten er dus meer voorzorgsmaatregelen getroffen worden om dat risico beter te dekken, waardoor een eventueel slachtoffer niet in de kou komt te staan.  Hieronder zal kort ingegaan worden op de meest voorkomende risicoaansprakelijkheid.

Risicoaansprakelijkheid voor kinderen

De wet maakt onderscheid tussen verschillende leeftijdsgroepen als het gaat om aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door kinderen. Deze zogenoemde risicoaansprakelijkheid is geregeld in artikel 6:169 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarbij staat het belang van bescherming van slachtoffers én van minderjarigen centraal.

Kinderen jonger dan 14 jaar
Ouders of wettelijke vertegenwoordigers zijn volledig aansprakelijk voor schade die wordt veroorzaakt door een kind dat jonger is dan 14 jaar. Het maakt daarbij niet uit of het kind de schade met opzet veroorzaakte of gewoon onvoorzichtig was. Ook is het niet van belang of de ouders voldoende toezicht hielden of niet. De wet stelt in deze gevallen een vorm van risicoaansprakelijkheid vast, wat betekent dat er géén sprake hoeft te zijn van schuld om toch aansprakelijk te zijn.

Kinderen van 14 en 15 jaar
Bij kinderen van 14 of 15 jaar ligt de situatie anders. Zij zijn in principe zelf aansprakelijk voor hun gedrag. Ouders kunnen echter ook in deze leeftijdscategorie nog aansprakelijk worden gesteld, maar dan alleen als hen een verwijt kan worden gemaakt. Bijvoorbeeld wanneer zij onvoldoende toezicht hebben gehouden of als er sprake is van een gebrekkige opvoeding met betrekking tot het voorkomen van dergelijk gedrag.

Kinderen van 16 jaar en ouder
Zodra een kind 16 jaar of ouder is, wordt deze in beginsel volledig zelf verantwoordelijk gehouden voor de eigen gedragingen. Alleen bij bijzondere omstandigheden,  bijvoorbeeld bij een geestelijke beperking of een specifieke afhankelijkheidsrelatie, kan nog worden gekeken naar mogelijke aansprakelijkheid van de ouders of verzorgers.

Risicoaansprakelijkheid dieren

Schade die wordt veroorzaakt door een dier, komt in veel gevallen voor rekening van de bezitter van dat dier. Deze vorm van risicoaansprakelijkheid is vastgelegd in artikel 6:179 BW. De wet gaat ervan uit dat dieren onberekenbaar gedrag kunnen vertonen, en dat dit risico voor rekening komt van degene die het dier bezit of houdt.

Voorbeelden van schade door dieren
Een klassiek voorbeeld is een hond die onverwachts iemand bijt tijdens een wandeling, ook al was de hond eerder nooit agressief geweest. Ook een paard dat tijdens een buitenrit schrikt van een geluid en daardoor letsel veroorzaakt bij een ruiter of passant, valt onder deze aansprakelijkheid. Het gedrag van het dier hoeft dus niet eerder problematisch te zijn geweest; de enkele mogelijkheid tot onvoorspelbaarheid is voldoende om aansprakelijkheid aan te nemen.

De rol van eigen schuld van het slachtoffer
In sommige gevallen kan de schade (deels) ook aan het slachtoffer zelf worden toegerekend. Denk bijvoorbeeld aan iemand die een dier zonder toestemming benadert of provoceert. In dat geval kan de rechter oordelen dat sprake is van eigen schuld in de zin van artikel 6:101 BW. Dit kan leiden tot een vermindering van de schadevergoeding die de bezitter van het dier moet betalen. De omstandigheden van het geval zijn daarbij bepalend.

Andere vormen van risicoaansprakelijkheid

Risicoaansprakelijkheid beperkt zich niet alleen tot kinderen of dieren. Ook in andere situaties kan iemand verantwoordelijk worden gehouden voor schade, simpelweg vanwege zijn of haar positie of hoedanigheid. Hieronder bespreken we de meest voorkomende voorbeelden.

Risicoaansprakelijkheid werkgever

Artikel 6:170 van het Burgerlijk Wetboek regelt de aansprakelijkheid van een werkgever voor de fouten van een werknemer, waardoor de werkgever kwalitatief aansprakelijk is voor de schade die de werknemer toebrengt aan een derde. Werkgevers zijn op grond van dit artikel aansprakelijk voor fouten van medewerkers jegens derden, tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid.

➝ Risicoaansprakelijkheid niet-ondergeschikten

Artikel 6:171 BW regelt de aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door niet ondergeschikten. Hierbij kan gedacht worden de aannemer die, vanwege het uitvoeren van een overeenkomst van aanneming van werk, één of meerdere onderaannemers inhuurt voor het uitvoeren van klussen. Werkgevers zijn op grond van dit artikel aansprakelijk voor fouten van niet-ondergeschikten jegens derden, tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid.

➝ Risicoaansprakelijkheid voor vertegenwoordigers bij rechtshandelingen

Dit artikel wordt gezien als een aanvulling op de artikelen 6:162 BW tot en met 6:171 BW en houdt in dat wanneer een vertegenwoordiger een fout maakt bij de uitoefening van de hem of haar als zodanig toekomende bevoegdheden waardoor bij derden schade ontstaat, dan is ook de vertegenwoordigde daarvoor aansprakelijk op grond van artikel 6:172 BW.

➝ Risicoaansprakelijkheid voor gebrekkige zaken

De aansprakelijkheid voor gebrekkige roerende zaken is geregeld in artikel 6:173 BW. Gebrekkig betekent dat de roerende zaak niet voldoet aan de eisen die de gebruiker van die zaak daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen. De bezitter van de roerende zaak is aansprakelijk. Het gebrek moet wel de oorzaak zijn van de schade.

➝ Risicoaansprakelijk bij opstallen

Een opstal is een gebouw, werk of beplanting, zonder de grond. Opstalaansprakelijkheid is dus de wettelijke aansprakelijkheid van eigenaren van een opstal voor de schade die derden lijden door een gebrek aan die opstal. In artikel 6:174 BW is de aansprakelijkheid voor opstallen geregeld. Het komt erop neer dat de eigenaar van een gebouw, weg of ander bouwwerk (een opstal dus) verantwoordelijk is als dit bouwwerk schade veroorzaakt doordat het niet goed is onderhouden of gevaarlijk is. Denk bijvoorbeeld aan een dakpan die op iemands hoofd valt, of een loszittende stoeptegel waardoor iemand struikelt en akelig ten val komt.

➝ Risicoaansprakelijkheid gevaarlijke stoffen

In artikel 6:175 van het Burgerlijk Wetboek is een risicoaansprakelijkheid opgenomen waarbij diegene die een gevaarlijke stof in zijn of haar bedrijf gebruikt of onder zich heeft, aansprakelijk is voor de schade die ontstaat als het gevaar van de stof zich verwezenlijkt, zelfs als er geen fout is gemaakt. De aansprakelijkheid rust op de persoon die de stof gebruikt of bewaart binnen zijn of haar bedrijf.

 

Reflexwerking van artikel 185 WVW

Reflexwerking houdt in, dat een gemotoriseerde (bestuurder van een motorvoertuig) die schade lijdt door een ongemotoriseerde (voetganger, fietser) die schade alleen volledig vergoed kan krijgen indien diens gedrag voor hem of haar overmacht in de zin van artikel 185 WVW oplevert. Levert het gedrag van de ongemotoriseerde voor de gemotoriseerde geen overmacht op, dan dient de gemotoriseerde op grond van artikel 6:101 BW (eigen schuld) in beginsel steeds een deel van de schade zelf te dragen.

Schade claimen of vergoeden

Bent u een gedupeerde en heeft u schade in één van bovengenoemde situaties? Dan kunt u dus een beroep doen op de wettelijke risicoaansprakelijkheid. Meestal kunt u de schade verhalen op de verzekeraar. U kunt hierbij denken aan een opstalverzekering, aansprakelijkheidsverzekering particulieren (AVP) of een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB). Die dekt in veel gevallen dit soort schade, zowel materieel als immaterieel. Wordt u geconfronteerd met een aansprakelijkstelling maar  bent u het niet eens met de inhoud, benader dan tijdig één van onze specialisten voor het inwinnen van advies over risicoaansprakelijkheid.

Voor gedupeerden geldt dat wij alles op alles zetten om uw schade volledig vergoed te krijgen. Wanneer de aansprakelijkheid wordt erkend is onze hulp gratis. Eén van onze specialisten zal de wederpartij aansprakelijk stellen, en de schade inzichtelijk maken. Wij nemen het onderhandelen  met de wederpartij en/of de verzekeraar voor onze rekening en dan kunt u de tijd nemen om te herstellen. Een letselschadeadvocaat beoordeelt of u recht heeft op schadevergoeding, regelt het contact met de verzekeraar en voorkomt dat u te weinig ontvangt. Neem bij twijfel gerust vrijblijvend contact met ons op. Wij denken graag met u mee. Het eerste gesprek is geheel vrijblijvend en altijd de eerste 30 minuten kosteloos.

Neem contact op met onze specialisten van AMBT Advocaten

Het eerste gesprek is, zonder enig voorbehoud, gratis zodat u nooit voor onaangename verrassingen komt te staan. Neem contact op via 085 – 0880471 of per mail [email protected]. U kunt onze advocaten ook bereiken via hun mobiele nummer (te vinden via hun profiel).

Bel 085 - 0880471 Plan een gratis gesprek in
Neem contact op