De Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (VBAR) is een voorgestelde wet die duidelijkheid wil scheppen over de arbeidsrelatie tussen zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en hun opdrachtgevers. Deze wet is bedoeld om schijnzelfstandigheid tegen te gaan en om te bepalen wanneer sprake is van een dienstverband. Dit artikel bespreekt wat de Wet VBAR betekent voor zzp’ers, het doel van de wet, de inwerkingtreding en hoe de handhaving zal verlopen.
Wat is de Wet VBAR voor zzp’ers?
De Wet VBAR betekent Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en is een voorgestelde wet die duidelijkheid moet scheppen over de arbeidsrelatie tussen zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en hun opdrachtgevers. Deze wet introduceert richtlijnen waarmee opdrachtgevers en zzp’ers kunnen bepalen of er sprake is van een zelfstandige opdracht of een arbeidsrelatie. Dit heeft belangrijke gevolgen voor zzp’ers:
- Toetsing van zelfstandigheid: Opdrachtgevers moeten beoordelen of een zzp’er als zelfstandig ondernemer kan worden aangemerkt of dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dit wordt gedaan aan de hand van criteria zoals het gezagscriterium en de mate van zelfstandigheid.
- Minimum uurtarief: Een belangrijk onderdeel van de wet is een ondergrens voor uurtarieven. Als een zzp’er minder dan een bepaald minimumtarief verdient, kan er sneller worden aangenomen dat sprake is van een dienstverband.
- Impact op opdrachtgevers: Opdrachtgevers zijn verantwoordelijk voor een juiste beoordeling van de arbeidsrelatie. Bij een verkeerde beoordeling riskeren zij naheffingen en boetes.
Voor zzp’ers betekent dit dat zij hun ondernemerschap zorgvuldig moeten vastleggen en kunnen aantonen dat zij als zelfstandige werken.
Het doel van deze wet
Het primaire doel van de Wet VBAR is om duidelijkheid te bieden over de arbeidsrelatie tussen opdrachtgevers en zzp’ers en om schijnzelfstandigheid te voorkomen. De wet richt zich op:
- Bescherming van zzp’ers: Zzp’ers moeten worden beschermd tegen situaties waarin zij als zelfstandige werken terwijl zij eigenlijk in loondienst horen te zijn.
- Eerlijke concurrentie: Voorkomen dat werkgevers gebruik maken van goedkope zelfstandigen zonder sociale premies en belastingen te betalen.
- Duidelijkheid voor opdrachtgevers: Helpen bij het maken van een juiste beoordeling om naheffingen en boetes te vermijden.
Wanneer wordt de Wet VBAR van kracht?
De Wet VBAR is nog in behandeling, maar de beoogde inwerkingtreding is gepland voor 1 juli 2026. Tot die tijd blijft de huidige regelgeving van kracht, waaronder de Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties). De Belastingdienst zal vanaf 1 januari 2026 echter strengere handhaving toepassen op schijnzelfstandigheid.
De Wet VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden) beoogt vanaf 1 juli 2026 de grens tussen schijnzelfstandigheid en echt ondernemerschap duidelijker te maken.
Hoe werkt de handhaving?
De handhaving van de Wet VBAR ligt voornamelijk bij de Belastingdienst. Dit gaat als volgt:
- Controle van arbeidsrelaties: De Belastingdienst kan onderzoeken of de arbeidsrelatie voldoet aan de criteria van zelfstandigheid. Als blijkt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst, kan de opdrachtgever verantwoordelijk worden gehouden voor het afdragen van loonheffingen.
- Boetes en naheffingen: Als een opdrachtgever zzp’ers onterecht als zelfstandigen aanmerkt, kan dit leiden tot forse boetes en naheffingen.
- Strenger toezicht: Vanaf 1 januari 2025 zal de Belastingdienst strengere controles uitvoeren op schijnzelfstandigheid, met inachtneming van de invoering van de Wet VBAR.
- Rol van de zzp’er: Zzp’ers moeten aantonen dat zij zelfstandig werken door bijvoorbeeld een inschrijving bij de Kamer van Koophandel, meerdere opdrachtgevers, en het gebruik van een eigen werkplek.
Criteria bij de beoordeling
De beoordeling van een arbeidsrelatie vindt plaats aan de hand van meerdere factoren, waarbij niet één criterium doorslaggevend is. Zo wordt gekeken naar de mate van zelfstandigheid van de werkende, de aard van de werkzaamheden en de verhouding tussen partijen. Van belang is onder meer of sprake is van een gezagsverhouding, waarbij de opdrachtgever instructies geeft en toezicht houdt. Daarnaast speelt mee of de werkzaamheden zijn ingebed in de organisatie van de opdrachtgever en of de opdrachtnemer daadwerkelijk ondernemersrisico draagt, zoals het doen van investeringen en het afhankelijk zijn van winst.
Sancties bij onjuiste kwalificatie van de arbeidsrelatie
Wanneer een arbeidsrelatie onjuist wordt gekwalificeerd, bijvoorbeeld als zzp terwijl feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst, kunnen er sancties volgen. De Belastingdienst kan naheffingen opleggen voor loonheffingen en premies sociale zekerheid, eventueel verhoogd met boetes en rente. Daarnaast kan een werkende met terugwerkende kracht aanspraak maken op werknemersrechten, zoals loon, vakantiegeld en ontslagbescherming (art. 7:610 BW). Dit kan zowel financieel als juridisch ingrijpende gevolgen hebben voor de opdrachtgever.
Conclusie
De Wet VBAR is bedoeld om de arbeidsrelatie tussen zzp’ers en opdrachtgevers te verduidelijken en schijnzelfstandigheid te voorkomen. Zzp’ers en opdrachtgevers moeten zich voorbereiden op de invoering van de wet en ervoor zorgen dat arbeidsrelaties voldoen aan de nieuwe criteria. Strengere handhaving vanaf 2025 benadrukt het belang van naleving. Het is raadzaam om juridisch advies in te winnen om te voorkomen dat u in conflict komt met de regelgeving.





